Kennisbank autismeportaal
top of page

Vind het op autismeportaal

Search this site

247 resultaten gevonden met een lege zoekopdracht

  • Van Paradigmashift tot Neurodiversiteit: Hoe we anders naar autisme moeten kijken

    Autisme wordt vaak gezien als een beperking, een probleem dat opgelost moet worden. Maar wat als die aanname zelf het probleem is? Voor Jac den Houting betekende een autismediagnose geen tragedie, maar een bevrijding. In deze inspirerende TEDx-talk neemt Jac ons mee op een reis van persoonlijke ontdekking en wetenschappelijke inzichten. Met concepten zoals het Neurodiversiteit-paradigma, het Sociale Model van Handicap en de Double Empathy Problem-theorie laat Jac zien waarom het tijd is voor een paradigmashift in hoe we autisme begrijpen. Hun verhaal is niet alleen een pleidooi voor inclusie en respect, maar ook een oproep om onderzoek en beleid te herzien zodat autistische mensen een volwaardig, authentiek leven kunnen leiden. We weten allemaal dat de aarde rond is. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar ooit geloofden we dat de aarde plat was. Toen kwam er bewijs dat ons dwong om onze aannames te herzien. Dat noemen we een paradigmashift: een fundamentele verandering in hoe we naar de werkelijkheid kijken. Vandaag hebben we een vergelijkbare uitdaging, maar dan rond autisme. Het Medische Paradigma: Autisme als probleem De meeste mensen begrijpen autisme door een medische lens. Het wordt gezien als een stoornis, een afwijking van wat “normaal” is. Binnen dit paradigma is er één juiste manier om neurologisch te ontwikkelen, en alles wat daarvan afwijkt moet worden behandeld of gecorrigeerd. Toen de spreker op 25-jarige leeftijd de diagnose autisme kreeg, was dat geen tragedie. Het was een opluchting. Eindelijk viel alles op zijn plek. Niet een mislukte neurotypische persoon, maar een perfect goede autistische persoon. De Neurodiversiteit Paradigma: Autisme als variatie Bij verder onderzoek ontdekte de spreker het neurodiversiteit-paradigma. Dit ziet autisme niet als een defect, maar als een natuurlijke variatie in menselijke neurologische ontwikkeling. Net zoals biodiversiteit essentieel is voor een gezonde natuur, draagt neurodiversiteit bij aan een gezonde cognitieve omgeving. Volgens dit paradigma: Alle vormen van neurologische ontwikkeling zijn even waardevol. Iedereen verdient gelijke rechten, waardigheid en respect. Van Medisch naar Sociaal Model van Handicap Het medische model zegt: “Je hebt een probleem in jezelf.” Maar het sociale model stelt: “Je wordt gehandicapt door je omgeving.” Voorbeeld: een drukke, lawaaierige winkelstraat is niet moeilijk omdat er iets mis is met je brein, maar omdat die omgeving niet is ontworpen voor jouw behoeften. Als we ruimtes zouden ontwerpen die rustiger en voorspelbaarder zijn, zou de beperking verdwijnen. De harde cijfers 1 op 50 mensen is autistisch. 60% van de volwassenen met autisme is onder- of werkloos. 87% heeft mentale gezondheidsproblemen. Autistische mensen hebben 9 keer meer kans op zelfdoding. Gemiddelde levensverwachting: 54 jaar. Deze cijfers tonen aan dat het huidige systeem faalt. Niet omdat autistische mensen “minder” zijn, maar omdat onze samenleving hen niet ondersteunt. De Double Empathy Problem Dr. Damian Milton introduceerde in 2012 een baanbrekende theorie: misschien hebben autistische mensen geen sociale tekortkomingen, maar communiceren ze gewoon beter met anderen die ook autistisch zijn. Onderzoek bevestigt dit: communicatieproblemen ontstaan vooral tussen autistische en niet-autistische mensen, niet binnen dezelfde groep. Wat moet er veranderen? We hebben een paradigmashift nodig: Stop met het idee dat “minder vreemd doen” het doel is. Investeer in diensten en ondersteuning die levenskwaliteit verbeteren en stimuleer onderzoek door autistische mensen, voor autistische mensen. Want net zoals de aarde niet plat is, is autisme geen tragedie. Conclusie: Autisme vraagt niet om een remedie, maar om respect, inclusie en een samenleving die diversiteit omarmt. Het is tijd om onze aannames te herzien en een wereld te bouwen waarin iedereen – neurotypisch of neurodivergent – volledig tot zijn recht komt.

  • Autistische burn-out voorkomen: herkenning, begrip en praktische hulp

    Vrouw leest een boek en drinkt koffie Als je autistisch bent, kan het leven soms heel zwaar aanvoelen. Je doet je best om mee te draaien op school, op je werk of thuis, maar het lijkt alsof alles meer energie kost dan bij anderen. Je probeert je aan te passen, je houdt rekening met anderen, je probeert niet op te vallen. Maar diep van binnen voel je dat het steeds moeilijker wordt om vol te houden. Misschien herken je het gevoel dat je hoofd vol zit, dat je lichaam moe is, en dat je gewoon even helemaal niks meer wilt. Dit noemen we een autistische burn-out. Een autistische burn-out ontstaat niet zomaar. Het is het gevolg van heel lang te veel moeten doen, zonder genoeg tijd om op te laden. Vaak komt het doordat je je steeds moet aanpassen aan een wereld die niet goed bij je past. Je moet bijvoorbeeld veel sociaal doen, terwijl dat je uitput. Of je krijgt te maken met veel prikkels, zoals harde geluiden, fel licht of drukte. Ook kan het zijn dat je steeds probeert te voldoen aan verwachtingen van anderen, terwijl je eigenlijk iets anders nodig hebt. Misschien voel je je vaak niet begrepen, of heb je het gevoel dat je altijd moet uitleggen waarom dingen voor jou anders zijn. Hoe voelt een burn-out? Als je in een burn-out raakt, merk je dat je steeds minder aankunt. Dingen die eerst nog lukten, zoals naar school gaan, werken of zelfs simpele dingen als douchen of eten maken, worden ineens heel moeilijk. Je hoofd voelt vol of leeg tegelijk, je kunt je niet meer concentreren, en je hebt nergens meer zin in. Soms kun je niet meer praten, of wil je alleen nog maar op je kamer zitten. Je hebt het gevoel dat je niet meer weet wat je moet doen om je beter te voelen. Misschien denk je zelfs dat je lui bent, of dat je het nooit goed doet. Maar dat is niet waar: je bent gewoon op. Wat helpt om een burn-out te voorkomen? Het allerbelangrijkste is dat je leert herkennen wat jou energie kost en wat jou energie geeft. Je kunt je energie vergelijken met een bankrekening. Elke keer dat je iets doet wat veel moeite kost, zoals sociaal zijn, naar een drukke plek gaan, of je aanpassen aan anderen, gaat er energie van je rekening af. Maar er zijn ook dingen die je energie geven, zoals alleen zijn, met dieren knuffelen, muziek luisteren, of bezig zijn met je favoriete hobby. Het is belangrijk om elke dag te zorgen dat je genoeg dingen doet die je opladen. Soms helpt het om een lijstje te maken van alles wat je op een dag doet. Zet erachter hoeveel energie het je kost of juist geeft. Zo krijg je inzicht in je eigen energiebalans. Merk je dat je aan het einde van de dag altijd 'in de min' staat? Probeer dan meer rustmomenten in te bouwen, of vraag om hulp bij dingen die veel energie kosten. Praten over je grenzen Het kan moeilijk zijn om aan anderen uit te leggen wat je nodig hebt. Misschien ben je bang dat mensen je niet begrijpen, of dat ze je zwak vinden. Toch is het belangrijk om eerlijk te zijn over je grenzen. Je hoeft niet alles alleen te doen. Vraag om aanpassingen op school of werk, zoals een rustige plek om te pauzeren, minder prikkels, of duidelijke afspraken. Thuis kun je uitleggen dat je soms tijd voor jezelf nodig hebt, zonder dat je boos bent op iemand. Zoek steun bij anderen Je bent niet de enige die hiermee worstelt. Er zijn veel andere autistische mensen die precies weten hoe het voelt. Misschien kun je online contact zoeken, of in het echt met iemand praten die je vertrouwt. Samen kun je ervaringen delen en elkaar tips geven. Soms helpt het om een mentor of buddy te hebben die je begrijpt en met wie je kunt overleggen als het even niet gaat. Wees lief voor jezelf Het is niet erg als het een dag niet lukt. Je hoeft niet altijd sterk te zijn. Geef jezelf de tijd om te herstellen als je merkt dat je over je grens bent gegaan. Je bent niet lui of zwak, je hebt gewoon meer tijd nodig om op te laden. Probeer niet te streng te zijn voor jezelf en wees trots op de dingen die wél lukken. Wat werkt juist niet? Wat niet helpt, is doorgaan terwijl je eigenlijk al op bent. Je hoeft niet altijd te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Ook helpt het niet om je gevoelens te verstoppen of te doen alsof alles goed gaat. Maskeren kost veel energie en zorgt er juist voor dat je sneller uitgeput raakt. Therapieën die je leren om je aan te passen aan een omgeving die niet bij je past, werken vaak averechts. Het is belangrijk dat de omgeving zich ook aanpast aan jou. Een autistische burn-out voorkomen is niet makkelijk, maar het is wel mogelijk als je goed voor jezelf zorgt, je grenzen leert kennen en om hulp durft te vragen. Je hoeft het niet alleen te doen. Er zijn mensen die je willen helpen en die je begrijpen. Geef jezelf de ruimte om te zijn wie je bent. Theoretisch kader: Autistische burn-out Autistische burn-out is een relatief nieuw concept binnen de klinische en wetenschappelijke literatuur, maar wordt door veel autistische volwassenen herkend als een ernstige en langdurige uitputtingstoestand. Het theoretisch kader omvat de definitie, oorzaken, kenmerken en herstelprocessen, gebaseerd op recente onderzoeken. Definitie en kenmerken Autistische burn-out wordt omschreven als een toestand van extreme fysieke, mentale en emotionele uitputting, vaak gepaard met een verminderd functioneren in sociale, academische en beroepsmatige contexten. Higgins et al. (2021) definiëren het als een significante reductie in dagelijkse vaardigheden, verhoogde intensiteit van autistische kenmerken en een verminderde capaciteit om te maskeren (Higgins et al., Autism, 25). Deze toestand kan maanden tot jaren duren en heeft een grote impact op kwaliteit van leven. Oorzaken Onderzoek wijst op meerdere factoren die bijdragen aan autistische burn-out: Chronische overbelasting door sociale verwachtingen en gebrek aan passende aanpassingen (Gore et al., 2024, Neurodiversity). Camoufleren (masking) van autistische kenmerken, wat leidt tot energieverlies en stress (Tomczak & Kulikowski, 2023, Current Psychology). Sensorische overprikkeling en moeite met veranderingen (Attwood & Garnett Events, 2024). Double empathy problem, waarbij wederzijds onbegrip tussen autistische en niet-autistische personen extra spanning veroorzaakt (Milton, 2012). Energieboekhouding als verklaringsmodel Een belangrijk theoretisch concept is “energy accounting” (Toudal, 2024), waarbij energie wordt gezien als een beperkte bron. Dagelijkse activiteiten kunnen energie kosten (withdrawals) of opleveren (deposits). Wanneer de balans structureel negatief is, ontstaat uitputting en burn-out. Dit model helpt verklaren waarom zelfs kleine sociale of sensorische stressoren cumulatief grote gevolgen hebben. Herstel en preventie Herstel verloopt in fasen: Erkenning en terugtrekking: Tijdelijke afstand van prikkels en sociale eisen om energie te herstellen. Geleidelijke re-integratie: Opbouw van activiteiten in een aangepast tempo, met nadruk op autismevriendelijke omgevingen. Langetermijnaanpassingen: Zelfadvocatie, sociale steun en structurele aanpassingen op school en werk (Attwood & Garnett Events, 2024). Preventie richt zich op het verminderen van stressoren, het toepassen van energiemanagement en het creëren van een inclusieve omgeving. Traditionele interventies zoals cognitieve gedragstherapie moeten kritisch worden bekeken, omdat ze soms gericht zijn op aanpassing aan een niet-autistische norm, wat contraproductief kan zijn (Arnold et al., 2023, Autism). Bronnen Higgins, J. et al. (2021). Autistic burnout: An exploratory study. Autism, 25. Gore, N. et al. (2024). Coping with social expectations. Neurodiversity, 2. Tomczak, M., & Kulikowski, K. (2023). Camouflaging and mental health. Current Psychology, 43. Arnold, S. et al. (2023). Autistic Burnout Severity Items (ABSI). Autism, 27. Attwood, T., & Garnett, J. (2024). Energy Accounting Framework. Attwood & Garnett Events. Milton, D. (2012). The double empathy problem. Disability & Society, 27.

  • Oefening en zelftest: “Narcisme en psychisch geweld herkennen – voor mensen met autisme en hun netwerk”

    Dit is een oefening met zelftest van Autismeportaal.nl dat narcisme en psychisch geweld toegankelijk en praktisch uitlegt voor mensen met autisme en hun begeleiders. Het is o.a. gebaseerd op het artikel van Palmen & Janssen en ondersteund door actuele bronnen. “Narcisme en psychisch geweld herkennen – voor mensen met autisme en hun netwerk” Doel van de oefeningen: Deze oefeningen helpen mensen met autisme, hun ouders, begeleiders en professionals om: - Narcisme beter te begrijpen - Psychisch geweld in afhankelijkheidsrelaties te herkennen - Zichzelf te beschermen tegen misbruik - Begrippen als ‘narcisme’ niet te verwarren met autistische kenmerken Oefening 1: Wat is narcisme? Narcisme is een persoonlijkheidskenmerk waarbij iemand zichzelf heel belangrijk vindt en weinig rekening houdt met de gevoelens of behoeften van anderen. Mensen met narcistische trekken zoeken vaak bewondering en willen graag in het middelpunt van de aandacht staan. Twee soorten narcisme Overt narcisme (openlijk narcisme): Deze mensen zijn vaak luid, opschepperig en dominant. Ze laten duidelijk merken dat ze zichzelf geweldig vinden. Ze zoeken openlijk aandacht en waardering. Covert narcisme (verborgen narcisme): Deze mensen zijn juist stiller en gevoeliger. Ze lijken soms onzeker of kwetsbaar, maar zijn toch bezig met zichzelf. Ze kunnen manipulatief zijn, bijvoorbeeld door anderen een schuldgevoel te geven of zichzelf als slachtoffer te presenteren. Belangrijk verschil met autisme: - Autisme gaat vaak gepaard met eerlijkheid, behoefte aan duidelijkheid en moeite met sociale signalen. - Narcisme draait om controle, bewondering en het onderdrukken van anderen. Doe eens de zelftest, en kijk in hoeverre je zelf narcistische trekken hebt. Wat is psychisch geweld? Psychisch geweld, ook wel emotioneel of mentaal geweld genoemd, is een vorm van mishandeling waarbij iemand systematisch wordt gekleineerd, gecontroleerd of ondermijnd zonder fysiek geweld te gebruiken. Het doel is vaak om macht en controle over de ander te krijgen of te behouden. Psychisch geweld kan zich op verschillende manieren uiten, waaronder: Uitschelden en vernederen: Regelmatig beledigen, kleineren of belachelijk maken, zowel privé als in het openbaar. Negeren of buitensluiten: Iemand langdurig negeren, stiltes gebruiken als straf, of emotioneel afstandelijk zijn. Manipuleren: De ander zodanig beïnvloeden dat die twijfelt aan zichzelf, zijn of haar keuzes of waarnemingen. Dreigen: Dreigen met negatieve gevolgen, zoals het verbreken van de relatie, het afpakken van kinderen, of het verspreiden van leugens. Gaslighting: Een subtiele, maar zeer schadelijke vorm van manipulatie waarbij de dader de realiteit van het slachtoffer ontkent of verdraait, waardoor het slachtoffer aan zichzelf gaat twijfelen. Psychisch geweld komt vaak voor in relaties waarin sprake is van afhankelijkheid, zoals tussen partners, ouder en kind, of tussen een begeleider en een cliënt. De machtsverhouding maakt het slachtoffer extra kwetsbaar. Waarom is psychisch geweld moeilijk te herkennen? Psychisch geweld is vaak onzichtbaar voor de buitenwereld en zelfs voor het slachtoffer zelf. Dit komt onder andere doordat: Narcistische of manipulatieve personen kunnen zich charmant voordoen: In gezelschap zijn ze vriendelijk, behulpzaam en sociaal, waardoor niemand vermoedt wat er achter gesloten deuren gebeurt. De dader draait de rollen om: Door subtiele opmerkingen en manipulatie krijgt het slachtoffer het gevoel dat hij of zij zelf het probleem is. De dader wijst voortdurend op de ‘fouten’ van het slachtoffer, waardoor die zich schuldig of verantwoordelijk voelt. Mensen met autisme zijn extra kwetsbaar: Door hun behoefte aan duidelijkheid, structuur en hun vaak grote loyaliteit, kunnen mensen met autisme psychisch geweld moeilijker herkennen. Ze nemen dingen letterlijk, zoeken de oorzaak van problemen vaak bij zichzelf en zijn geneigd om regels en afspraken strikt na te leven, zelfs als die schadelijk zijn. Signalen van psychisch geweld Het herkennen van psychisch geweld begint bij het opmerken van veranderingen in je eigen gevoelens, gedrag en sociale contacten. Mogelijke signalen zijn: Voortdurend onzeker of schuldig voelen: Je twijfelt aan jezelf, je voelt je vaak niet goed genoeg of denkt dat alles jouw schuld is. Geen grenzen mogen stellen: Je mag geen ‘nee’ zeggen, je eigen behoeften worden genegeerd of als egoïstisch bestempeld. Sociale isolatie: Je wordt ontmoedigd of zelfs verboden om contact te hebben met vrienden, familie of collega’s. De dader probeert je afhankelijk te maken. Angst voor de reactie van de ander: Je loopt op eieren, uit angst voor woede-uitbarstingen, kritiek of straf. Verlies van zelfvertrouwen: Je gelooft steeds minder in je eigen oordeel of capaciteiten. Verwarring over de werkelijkheid: Door gaslighting ga je twijfelen aan je eigen waarnemingen en herinneringen. Psychisch geweld is ernstig en kan diepe sporen nalaten. Het is belangrijk om signalen serieus te nemen, erover te praten met iemand die je vertrouwt, en zo nodig professionele hulp te zoeken. Vooral voor mensen met autisme is het waardevol om te weten dat hun behoefte aan structuur en loyaliteit geen zwakte is, maar dat ze extra alert mogen zijn op situaties waarin hun grenzen niet worden gerespecteerd. Oefening 2: Psychisch geweld herkennen Je gaat gedrag beoordelen met behulp van een visuele checklist die werkt als een stoplicht. Elk gedrag krijgt een kleur, afhankelijk van hoe veilig of grensoverschrijdend het is: Groen = veilig gedragDit is gedrag dat helemaal oké is. Het voelt prettig, respectvol en er zijn geen zorgen. Je mag dit gedrag gerust laten zien of bij anderen accepteren. Oranje = twijfelachtig gedragDit gedrag zit tussen veilig en onveilig in. Je twijfelt of het wel oké is, of je voelt je er niet helemaal prettig bij. Het is belangrijk om extra alert te zijn, het gedrag te bespreken of hulp te vragen als je niet zeker weet wat je moet doen. Rood = grensoverschrijdend gedragDit gedrag is niet oké. Het gaat over jouw of andermans grenzen heen, voelt onveilig of respectloos. Dit gedrag moet stoppen. Het is belangrijk om hulp te zoeken of het te melden bij iemand die je vertrouwt. Hoe gebruik je de checklist? Bekijk situaties of gedragingen en geef ze een kleur: groen, oranje of rood. Zo krijg je snel inzicht in wat veilig is, waar je alert moet zijn, en wat absoluut niet door de beugel kan. Waarom de term ‘narcisme’ niet zomaar gebruikt mag worden De term ‘narcisme’ wordt in het dagelijks taalgebruik vaak gebruikt als scheldwoord of als snelle verklaring voor gedrag dat als egoïstisch of ongevoelig wordt ervaren. Maar volgens de wetenschap is narcisme een psychologische diagnose. Het is een persoonlijkheidsstoornis die alleen door een deskundige kan worden vastgesteld, op basis van duidelijke criteria. Waarom is dit belangrijk? Onjuiste etiketten kunnen schade doen: Als je iemand zomaar ‘narcistisch’ noemt, kan dat kwetsend zijn en leiden tot misverstanden. Vooral bij mensen met autisme: Mensen met autisme worden soms onterecht als narcistisch bestempeld, bijvoorbeeld omdat ze weinig oogcontact maken of veel over hun eigen interesses praten. Dit gedrag heeft echter andere oorzaken, zoals moeite met sociale signalen of een sterke focus op eigen interesses, en betekent niet dat iemand narcistisch is. Risico op stigmatisering: Door termen als ‘narcisme’ te snel te gebruiken, kunnen mensen zich onbegrepen of buitengesloten voelen. Voorbeeld Stel: een leerling met autisme praat vaak over een eigen hobby en kijkt weinig mensen aan. Sommige mensen noemen dat ‘narcistisch’, maar in werkelijkheid is dit typisch autistisch gedrag en géén teken van narcisme. Oefening 3 Stap 1: Maak een woordenkaart Schrijf de volgende woorden op losse kaartjes of post-its: Narcisme Autisme Zelfwaardering Grensoverschrijdend gedrag (Voeg eventueel andere relevante termen toe, zoals ‘egoïsme’, ‘empathie’, ‘diagnose’, ‘stigma’) Stap 2: Bespreek in groep Leg de kaartjes op tafel. Bespreek per woord: Wat betekent het precies? Wanneer past het wél, en wanneer niet? Wat zijn de verschillen en overeenkomsten tussen de termen? Waarom is het belangrijk om zorgvuldig te zijn met het gebruik van deze woorden? Stap 3: Reflectie Bespreek samen waarom het belangrijk is om niet te snel etiketten te plakken, zeker bij mensen die al vaak verkeerd begrepen worden, zoals mensen met autisme. Denk na over alternatieven: Hoe kun je gedrag benoemen zonder te oordelen of te labelen? Doel van de oefening Je leert kritisch nadenken over het gebruik van psychologische termen. Je ontdekt het verschil tussen een diagnose en een oordeel. Je ontwikkelt meer begrip voor mensen die anders communiceren of zich anders gedragen. Grenzen stellen en hulp zoeken bij narcistisch misbruik Wanneer je te maken hebt met narcistisch misbruik of psychisch geweld, is het essentieel om je eigen grenzen te leren herkennen en te bewaken. Dit is vaak lastig, zeker als je langdurig bent blootgesteld aan manipulatie of gaslighting. Toch zijn er stappen die je kunt zetten om jezelf te beschermen en hulp te zoeken. Wat kun je doen? 1. Leer je eigen grenzen kennen Sta stil bij wat voor jou oké is en wat niet. Schrijf bijvoorbeeld op wanneer je je ongemakkelijk, onzeker of gekwetst voelt. Dit helpt je om patronen te herkennen en je grenzen duidelijker te maken. 2. Zoek steun bij mensen die je vertrouwt Praat met vrienden, familieleden of collega’s die je vertrouwt. Zij kunnen je helpen om situaties helder te bekijken, je steunen en eventueel samen met jou naar oplossingen zoeken. 3. Gebruik visuele hulpmiddelen Maak gebruik van hulpmiddelen zoals een ‘grensenschema’ (waarbij je opschrijft wat jouw grenzen zijn en hoe je die kunt aangeven) of een ‘veiligheidsplan’ (een stappenplan voor als je je onveilig voelt). 4. Werk samen met gespecialiseerde therapeuten Zoek hulp bij therapeuten of hulpverleners die ervaring hebben met psychisch geweld en narcistisch misbruik. Zij kunnen je begeleiden bij het herstellen van je zelfvertrouwen, het stellen van grenzen en het ontwikkelen van praktische strategieën. Oefening 4: Ontwerp je eigen ‘veiligheidskaart’ Een veiligheidskaart is een persoonlijk hulpmiddel dat je snel kunt raadplegen als je merkt dat het niet goed gaat. Het helpt je om overzicht te houden, actie te ondernemen en steun te zoeken. Hoe maak je een veiligheidskaart? Stap 1: Signalen dat het niet goed gaatSchrijf op welke signalen bij jou aangeven dat je in een ongezonde situatie zit. Bijvoorbeeld: Ik voel me vaak angstig, onzeker of schuldig Ik slaap slecht of heb lichamelijke klachten Ik durf mijn mening niet te geven Ik trek me terug of vermijd contact Stap 2: Mensen die je kunt bellenNoteer de namen en telefoonnummers van mensen die je kunt vertrouwen en die je kunnen steunen. Denk aan: Een goede vriend(in) Een familielid Je huisarts Een hulpverlener of vertrouwenspersoon op school/werk Stap 3: Activiteiten die je helpen kalmerenBedenk welke activiteiten jou kunnen helpen om tot rust te komen of je gedachten te ordenen. Bijvoorbeeld: Wandelen of fietsen Muziek luisteren Tekenen of schrijven Ademhalingsoefeningen Een warm bad nemen Stap 4 (optioneel): Praktische tipsSchrijf op wat je kunt doen als je je onveilig voelt, zoals: Naar een veilige plek gaan Je grenzen duidelijk uitspreken Je veiligheidskaart erbij pakken Voorbeeld van een veiligheidskaart Signalen dat het niet goed gaat Mensen die ik kan bellen Activiteiten die mij helpen Voel me angstig of schuldig Vriend(in): 06-12345678 Wandelen in het park Durf geen ‘nee’ te zeggen Zus: 06-98765432 Muziek luisteren Slaap slecht Vertrouwenspersoon: ... Tekenen/schrijven Tip: Je kunt je veiligheidskaart op papier maken, in je telefoon zetten of als visueel schema ophangen op een plek waar je hem snel ziet. Bronnen en inspiratie - Palmen & Janssen (2023): De hedendaagse erosie van de term narcisme - Reporters Online: Psychische mishandeling: in de klauwen van een narcist - Bessel van der Kolk: The Body Keeps the Score – over trauma en herstel - Iris Koops: Herstellen van narcistische mishandeling – ervaringsgericht en praktisch

  • Vijf pijlers voor een autismevriendelijke school

    Lessen uit kwalitatief onderzoek In het debat over onderwijs en neurodiversiteit wordt vaak óver mensen met autisme gesproken, maar zelden mét hen. De masterpraktijkproef van Masterpraktijkproef Wim Delanoy doorbreekt dit patroon: via diepte-interviews met acht leerkrachten met autisme worden hun ervaringen en noden zichtbaar gemaakt. Dit onderzoek is geen persoonlijke reflectie, maar een wetenschappelijke studie gebaseerd op thematische analyse, met als doel structurele inzichten te bieden voor scholen. Onderzoeksmethode: luisteren naar ervaringsdeskundigen Acht leerkrachten met autisme uit het Vlaamse secundair onderwijs werden geïnterviewd. Hun verhalen werden geanalyseerd en samengebracht rond de centrale vraag: wat hebben leerkrachten met autisme nodig om tot hun recht te komen binnen het schoolsysteem? De antwoorden zijn relevant voor alle scholen die willen werken aan een inclusieve cultuur. De vijf pijlers voor een autismevriendelijke school Uit het onderzoek komen vijf fundamentele pijlers naar voren, die samen het fundament vormen voor een autismevriendelijke schoolomgeving: 1. Stigma-doorbrekende psycho-educatie over autisme Er is nog steeds veel onwetendheid en stereotypering rond autisme, zowel bij collega’s als bij leerlingen. Leerkrachten met autisme ervaren vaak een stigma, wat leidt tot gevoelens van schuld, schaamte en angst. Een eerste stap is daarom het organiseren van psycho-educatie voor het hele schoolteam, zodat kennis over autisme toeneemt en het stigma afneemt. Dit bevordert openheid en wederzijds begrip. 2. Bijzondere aandacht voor niet les-gerelateerde activiteiten Lesgeven zelf verloopt doorgaans goed voor leerkrachten met autisme. De grootste stress ontstaat bij niet les-gerelateerde taken, zoals toezicht, vervangingen, vergaderingen en schoolactiviteiten. Deze taken zijn vaak onvoorspelbaar en prikkelrijk. Scholen doen er goed aan om deze activiteiten kritisch te bekijken, duidelijke richtlijnen te bieden en rekening te houden met de interesses en talenten van leerkrachten bij de taakverdeling. 3. Een prikkelluwe schoolomgeving met minstens één stille lerarenkamer Sensorische gevoeligheid is een belangrijk thema. Geluid, licht, geur en drukte kunnen leiden tot overprikkeling en uitputting. Leerkrachten met autisme hebben nood aan mogelijkheden om te ontprikkelen, bij voorkeur binnen de school. Een stille lerarenkamer is een concrete en breed gedragen wens. Ook leerlingen en andere collega’s profiteren van een prikkelluwe omgeving. 4. Mentorschap binnen de school Ondersteuning en begeleiding zijn essentieel, niet alleen voor startende leerkrachten maar gedurende de hele loopbaan. Leerkrachten met autisme geven aan dat een mentor of een laagdrempelige aanspreekpersoon binnen de school veel kan betekenen. Ervaringen uitwisselen met andere neurodiverse collega’s en een open relatie met de directie dragen bij aan het welzijn. 5. Erkenning van en ruimte voor bijzondere interesses en talenten Leerkrachten met autisme brengen unieke kwaliteiten mee, zoals analytisch denken, detailgerichtheid, creativiteit en empathie. Het is belangrijk dat deze talenten erkend en benut worden, zowel binnen als buiten de klas. Ruimte voor eigen interesses en een focus op sterke punten zorgen voor motivatie en betrokkenheid. Wim: "De volgorde van de vijf pijlers is geen toeval: pijler 1 en 2 werden door de geïnterviewde leerkrachten zelf uitgebreid naar voor gebracht (stigma en niet lesgerelateerde activiteiten), terwijl de andere pijlers meer door mij expliciet bevraagd werden. Het was heel verrassend om de stereotypen rond autisme ook in type 9 scholen (Vlaamse secundair onderwijs afgestemd op leerlingen met autisme) terug te vinden." Van individuele ervaring naar collectieve verandering Dit onderzoek laat zien dat luisteren naar leerkrachten met autisme leidt tot waardevolle inzichten voor het hele onderwijsveld. De vijf pijlers zijn geen eindpunt, maar een uitnodiging tot dialoog, reflectie en actie. Ze dagen scholen, beleidsmakers en opleiders uit om neurodiversiteit niet als uitzondering, maar als verrijking te zien. Wat goed is voor leerkrachten met autisme, blijkt vaak ook goed voor iedereen. Bron: [Delanoy, W. (2025). Hoe maken we scholen autismevriendelijk voor leiendelijk-voor-leerkrachten-een-interviewstudie-met

  • Stichting Uit met Autisme dient klacht in tegen Plopsa Indoor Coevorden wegens vermeende discriminatie

    Stichting Uit met Autisme heeft een klacht ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens tegen Plopsa Indoor Coevorden. De stichting stelt dat het attractiepark volwassenen met autisme discrimineert door hen te verplichten een begeleider mee te nemen wanneer zij gebruik willen maken van een prikkelarme wachtrij. Bovendien moet voor deze begeleider entree worden betaald, terwijl dat niet geldt voor begeleiders van rolstoelgebruikers of blinde bezoekers. Romano Sandee, directeur van de stichting, noemt de maatregel een aantasting van de autonomie van volwassenen met autisme. “Als je twintig bent en zelfstandig functioneert, is het onlogisch dat je verplicht een begeleider moet meenemen,” aldus Sandee. Hij benadrukt dat het gebruik van een prikkelarme wachtrij juist een belangrijke manier is voor mensen met autisme om op een rustige manier van een dagje uit te genieten. Plopsa stelt in een schriftelijke reactie dat veiligheid voorop staat: “Wij hechten veel waarde aan een veilige en prettige ervaring voor al onze bezoekers. We staan open voor argumenten en denken graag mee over verbeterpunten.” De klacht wordt donderdag behandeld door het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Volgens Sandee is de juridische stap noodzakelijk geworden na eerdere pogingen om het beleid van Plopsa en andere parken informeel te laten aanpassen. “Het gaat niet om luxe of voorrang, maar om gelijke toegang en autonomie,” stelt hij. Bron: Stichting Uit met Autisme, Plopsa Indoor Coevorden, Nederlandse Vereniging voor Autisme Theoretisch kader: Gelijke behandeling en autonomie binnen inclusieve vrijetijdsbesteding Het conflict tussen Stichting Uit met Autisme en Plopsa Indoor Coevorden raakt aan fundamentele juridische en ethische principes binnen het mensenrechten- en discriminatierecht. Centraal staat het recht op gelijke behandeling zoals vastgelegd in artikel 1 van de Grondwet en in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Deze wet verbiedt onderscheid op basis van beperking, tenzij er sprake is van objectieve rechtvaardiging. Daarnaast speelt het concept van autonomie een belangrijke rol. Volgens de Capability Approach ontwikkeld door econoom Amartya Sen en filosofe Martha Nussbaum, is het essentieel dat mensen de vrijheid hebben om hun leven vorm te geven op basis van hun eigen capaciteiten. Een verplichting tot begeleiding kan deze vrijheid beperken, zeker wanneer het gaat om volwassenen die zelfstandig functioneren. Vanuit het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRPD), dat Nederland heeft geratificeerd, is het uitgangspunt dat mensen met een beperking volwaardig moeten kunnen deelnemen aan de samenleving, inclusief recreatieve activiteiten. Beleidsmaatregelen die dit belemmeren, zoals verplichte begeleiding zonder individuele beoordeling, kunnen in strijd zijn met dit verdrag. Tot slot raakt deze casus aan het spanningsveld tussen veiligheid en inclusie. Hoewel veiligheid een legitiem belang is voor organisaties, mag dit niet leiden tot disproportionele uitsluiting. Een genuanceerde risicoanalyse en maatwerk zijn hierbij cruciaal.

  • What genes and brain chemicals teach us about autism

    Autism is a topic that concerns many people. Parents, caregivers, professionals, and people with autism themselves often search for answers: where does autism come from? And what happens in the brain? A new study from Portugal and England provides a piece of the puzzle. The researchers examined genes related to communication between brain cells and substances in the brain important for energy and information transfer. Their conclusion is that in some people with autism, gene changes affect the balance between glutamate (an excitatory substance) and GABA (an inhibitory substance). These changes are associated with measurable differences in brain metabolism. In this blog we explain step by step what this means, why it is important and how it fits into broader theories about autism. What are glutamate and GABA? To understand what this research is about, we first need to understand two key players. Glutamate is the brain's primary excitatory messenger. It activates brain cells and transmits signals. GABA, on the other hand, is the brain's primary inhibitory messenger. It helps brain cells calm down. You can think of glutamate and GABA as the brain's accelerator and brake. Proper functioning requires a balance between the two. Too much acceleration or too little braking can lead to overstimulation. Too much braking, on the other hand, prevents information from flowing properly. Many researchers believe that a disruption in this balance plays a role in autism. What did the researchers do? The researchers combined two types of data. They examined the DNA of children and adolescents with autism and searched for variants in genes important for communication between brain cells (synapses). Some variants were "predicted damaging variants" (PDVs): changes that likely disrupt the function of a gene or protein. They also measured brain chemicals using a special MRI technique called proton magnetic resonance spectroscopy (¹H-MRS). This allowed them to look inside the brain without surgery or injection. They measured the levels of certain substances, such as tNAA (N-acetylaspartate), a substance that indicates the health and energy of nerve cells; tCr (creatine), a substance related to energy management in the brain; and GLX (glutamate + glutamine) and GABA+, substances directly related to excitatory and inhibitory signals. Who participated? Sixteen young people with autism, without intellectual disabilities, participated, as their IQ had to be above 70. There was also a control group of 14 young people without autism. Within the group with autism, a distinction was made between 10 young people with a genetic variant in the genes being studied and 6 young people without such a variant. What did they find? The main results were that young people with autism who had a genetic variant in the genes studied had lower levels of tNAA and tCr. These substances are linked to the energy and health of brain cells. There was a clear trend: young people without autism had the highest levels, young people with autism without a genetic variant were in between, and young people with autism and a genetic variant had the lowest levels. Surprisingly, the researchers found no clear differences in the direct measurements of glutamate and GABA. However, because tNAA and tCr are closely linked to these systems, the results nevertheless point to a disruption in the balance between excitatory and inhibitory signals. What does this mean? This research shows that genetic changes in certain brain genes are linked to measurable differences in brain metabolism. This is important because it helps us better understand the biological basis of autism. It confirms that autism is not caused by a single gene or a single cause, but rather by many different pathways that can all contribute. It supports the theory that a disruption in the balance between glutamate and GABA plays a role. It also opens the door to biomarkers, measurable signals in the brain that can help distinguish subgroups within autism. Why is this important for practice? For parents, caregivers, and individuals with autism, this may still be somewhat abstract. Yet, this type of research could have practical implications in the future. It can lead to better diagnoses and subtyping, with brain scans and genetic tests helping to better understand which biological processes are at play in an individual. More targeted treatments could also become possible, for example, if it is known that someone's GABA function is primarily disrupted, which could guide medication or nutritional supplements that may affect this. Moreover, it can create greater understanding, because the idea that autism is linked to measurable biological processes contributes to the recognition that autism is not a parenting error or personality trait, but a neurobiological variation. Limits of the research It's also important to note the limitations. The study involved a small group of 16 young people with autism, and the results still need to be confirmed in larger, international studies. Not all genetic variants are equally well understood; some are variants of unknown significance. Furthermore, brain scans measure averages within a brain region, but they don't reveal everything about how brain cells work. A bridge to the living world So what can we do with this in everyday life? The research emphasizes that autism is very diverse. One person may primarily experience overstimulation, while another may experience slow information processing. The concept of a balance between accelerating and braking can help better explain autism to children, parents, and teachers. It also demonstrates the need for personalized care, because what works for one person doesn't necessarily work for another. Imagine the brain as a smart home with a thermostat that constantly regulates the temperature. Glutamate is like a heater: it activates, stimulates, and gets the system moving. GABA is like an air conditioner: it cools, slows, and creates a calming effect. In a well-tuned system, these two work in harmony. The thermostat constantly monitors the environment and adjusts the temperature to maintain a comfortable temperature, regardless of whether it's hot or cold outside. In some people with autism, this thermostat doesn't function optimally. Genetic changes can cause the heating to come on too often or the air conditioning to react too slowly. The result is an imbalance in the brain's internal climate: too much stimulation, too little rest, or a delayed response to change. This creates an environment in which it's difficult to adapt to new situations, external stimuli, or social cues. Brain metabolism actually reflects these disruptions, as if the thermostat is transmitting readings that don't match actual needs. This metaphor illustrates that the brain isn't simply "oversensitive," but that its internal regulation of stimuli and calm is disrupted. It's not the outside world that's too loud, but the regulatory system struggling to find the right balance. As a result, everyday situations can feel overwhelming, while the brain is actually trying to maintain a comfortable temperature in a house where the thermostat isn't functioning properly. Theoretical framework To place this research in a broader perspective, it's helpful to identify some theoretical frameworks frequently used in autism science. The excitation-inhibition (E/I) balance model posits that autism arises from a disruption in the balance between excitatory (glutamate) and inhibitory (GABA) signals in the brain. The current study supports this model, as genetic variants in these systems are associated with lower levels of tNAA and tCr. From a neurodiversity perspective, autism is seen as a natural variation in the human brain, not a disorder that needs to be fixed. Research can contribute to this by demonstrating that biological differences explain this diversity, without this necessarily being negative. The biopsychosocial model emphasizes that biological factors, such as genes and brain chemicals, psychological factors, such as coping and motivation, and social factors, such as support and environment, together determine how someone functions. Research primarily addresses the biological component, but must always be connected to the other layers. Personality and developmental models also play a role, as autism develops in interaction with the environment. Genetic vulnerability can lead to certain brain differences, but how this plays out depends on upbringing, education, and social context. Conclusion This study shows that in some young people with autism, genetic variants exist that influence the balance between glutamate and GABA in the brain. These variants are associated with measurable differences in brain chemicals that indicate energy and the health of nerve cells. In practice, this means we're increasingly understanding that autism doesn't have a single cause, but rather an interplay of genes, brain processes, and environment. The research supports the idea that autism is related to a disruption in the balance between excitatory and inhibitory signals in the brain. This disruption is influenced by genetic variants that affect the energy and health of nerve cells.

  • The Quest for Information on Neurodiversity and Autism: Building Knowledge Together

    The world of neurodiversity is rich, complex, and constantly evolving. More and more people are seeking reliable information about autism, and we're seeing this at Autismeportaal.nl as well. Over the past year, the number of visitors has quadrupled, and we now welcome an average of 140 visitors per week. We're incredibly proud of that! This growth demonstrates a significant need for accessible, nuanced, and up-to-date information about autism. Parents, young people, professionals, and other interested parties find their way to our website, seeking answers, recognition, and deeper insights. Edith: Our AI bot learns from your questions A special feature of the Autism Portal is our AI bot, Edith. Edith is asked questions daily about a wide range of topics: from sensory processing to school choices, from social interaction to work and study. And every time a new question arises, we write a blog post about it. This way, our knowledge base grows along with your curiosity. We're continuously training Edith. She now has a document of no fewer than 350 pages of unique texts attached to her digital brain. These texts are based on scientific insights, practical experience, and your questions. Together, we're building a platform that not only informs but also connects. Thanks to our visitors This development is only possible thanks to you. You ask questions, provide feedback, share experiences, and help us make Edith smarter and the Autism Portal more relevant. We sincerely thank you for that. We warmly invite you to continue providing feedback. Do you have a question you haven't found an answer to yet? Let us know. See something that could be improved? Share it with us. Together we'll ensure the Autism Portal remains a place where everyone feels welcome and where information is accurate, helpful, and inspiring. Help us grow Would you like to contribute to the development of Edith and the Autism Portal? There are several ways to do so: Ask your questions to Edith Comment on blogs Share our website with others Suggest new topics Donate to the autism portal Together we make neurodiversity visible, discussable and understandable.

  • Autism and Giftedness: A Doubly Special Challenge

    Meisje kijkt blij In the world of education and care for children with special needs, there's one group that often falls between the cracks: children who are both gifted and have autism spectrum disorder (ASD). This combination, also known as "doubly exceptional," raises many questions. Can you truly be gifted if you have autism? Or is autism perhaps a misdiagnosis? And how can you best support these children? Some professionals and parents question the validity of an autism diagnosis in gifted children because the characteristics of both groups overlap. Consider: Strong focus on details Preference for structure Difficulty with social interaction Strong sense of justice These characteristics can occur in both giftedness and autism, leading to masking or confusion in diagnosis. As Agnes Burger-Veltmeijer argues, diagnosticians often have a one-sided expertise, resulting in one aspect (giftedness or autism spectrum disorder) being overemphasized and the other underemphasized. A key concept is the disharmonious intelligence profile, where there is a significant difference between verbal and performance IQ. This is common in children with autism, but also in some gifted individuals. An average IQ score then says little about actual abilities. Giftedness is not always harmonious, and this is no reason to question the diagnosis. Autism as a Developmental Delay and Advance A refreshing perspective is the view of autism as a combination of developmental advancement and developmental delay. This aligns with the idea that autism isn't necessarily a disorder, but rather a different way of processing information. Martine Delfos, for example, argues that people with autism aren't slower, but rather more precise, which takes more time. This nuances the image of "slowness" and emphasizes the depth of their thinking. Safety must be paramount in the education of children with special needs. While cognitive challenge is important, managing autism often plays a more significant role in their well-being. A school that addresses autism well but offers less cognitive challenge is often a better choice than the other way around, although the ideal is, of course, a tailored approach: a safe environment and sufficient intellectual stimulation. There are countless examples of young people with autism who excel cognitively but require specific social-emotional support. The idea that autism precludes a diploma is outdated and harmful. Characteristics of “Twice-Exceptional Learners” Research shows that these children often: Have a high verbal and/or performance IQ Show slow processing speed or working memory problems Whimsical intelligence profiles have Combining strong analytical skills with social challenges Often underperforming due to overstimulation or lack of appropriate guidance These characteristics make it difficult to recognize and utilize their potential. They may adapt, compensate, or withdraw, leading to masking their true needs. Customization and Understanding are Crucial The combination of giftedness and autism requires a holistic approach. It's not an either-or, but a both-and. These young people deserve recognition for both their talents and their limitations. A correct diagnosis isn't a label, but a key to appropriate support. What these children need is: A safe learning environment Cognitive challenge Social-emotional guidance Professionals with broad expertise Space for their unique profile By not seeing autism as a disability, but as a different path to development, we can help these young people flourish at school, in their studies, at work and in society. Theoretical Framework: Autism and Giftedness Introduction to the concept of “twice-exceptional” The term "twice-exceptional learners" refers to individuals who possess both exceptional cognitive abilities (giftedness) and a disability or disorder, such as autism spectrum disorder (ASD). This combination results in unique educational and support needs, which are often overlooked by conventional diagnostics and educational systems (Assouline et al., 2009; Burger-Veltmeijer et al., 2018). Giftedness: definition and characteristics Giftedness is generally defined as an IQ above 130, combined with characteristics such as creativity, motivation, and a high degree of cognitive flexibility (Renzulli, 1978). However, in children with autism, the intelligence profile can be disharmonious, resulting in a distorted total IQ. Therefore, it's important to consider other factors besides IQ, such as learning style, thinking strategies, and social-emotional development. Autism Spectrum Disorders: Characteristics and Cognitive Style ASD is characterized by limitations in social communication, restricted interests, and repetitive behavior. Cognitively, fragmented information processing, a preference for detail-oriented thinking, and slower processing speed are often present (Delfos, 2005; Dickerson Mayes & Calhoun, 2008). These characteristics can interfere with the manifestation of giftedness, but do not preclude it. Interaction between giftedness and autism The combination of giftedness and autism leads to a complex profile in which strong cognitive skills are combined with social-emotional challenges. According to Burger-Veltmeijer (2006), characteristics of giftedness and autism can mask, reinforce, or even compensate for each other. This makes diagnosis and support challenging. It is essential to recognize and integrate both dimensions into educational programs. Problems in diagnostics and education Many professionals specialize in either giftedness or autism, which carries the risk of biased diagnosis. This leads to misdiagnosis, underachievement, and psychosocial problems. Masking talents or disabilities is a common phenomenon, resulting in the educational needs of these students being poorly identified (Burger-Veltmeijer et al., 2018). Educational needs of doubly exceptional students Twice-exceptional students benefit from a learning environment that is both cognitively challenging and socially and emotionally safe. Customized learning is essential: differentiation in pace, content, and guidance must be tailored to the student's unique profile. Focusing solely on autism or giftedness often leads to frustration, fear of failure, or feelings of depression.

  • Wat een animatiefilm ons leert over het autistische brein

    Een recente studie gepubliceerd in Molecular Autism werpt nieuw licht op hoe volwassenen met autisme sociale informatie verwerken in de hersenen. Door middel van functionele MRI-scans onderzochten onderzoekers van onder andere de University of Iowa en Indiana University hoe autistische en neurotypische volwassenen reageren op sociale situaties in een korte animatiefilm. De resultaten laten zien dat de hersennetwerken die betrokken zijn bij het begrijpen van mentale en lichamelijke toestanden, respectievelijk het Theory of Mind-netwerk en het Pain-netwerk, bij autistische volwassenen op subtiele wijze anders functioneren. Twee netwerken, twee soorten empathie Het onderzoek richtte zich op twee hersennetwerken: Het Theory of Mind (ToM)-netwerk, dat actief is bij het nadenken over wat anderen denken, voelen of willen. Het Pain-netwerk, dat reageert op lichamelijke sensaties zoals pijn of vermoeidheid. Beide netwerken bleken functioneel gescheiden en actief bij het kijken van de film, zowel bij autistische als neurotypische deelnemers. Toch waren er verschillen: autistische deelnemers vertoonden minder onderlinge overeenstemming in hun hersenactiviteit binnen het ToM-netwerk. Hun reacties waren meer individueel en minder voorspelbaar. In het Pain-netwerk waren de verschillen kleiner, wat aansluit bij eerdere bevindingen dat emotionele empathie bij autisme vaak intact is. Meer variatie, minder voorspelbaarheid Een opvallend resultaat was de grotere heterogeniteit binnen de autistische groep. Waar neurotypische deelnemers vergelijkbare hersenreacties vertoonden, waren de reacties bij autistische deelnemers veel diverser. Dit wijst erop dat er geen uniforme manier is waarop mensen met autisme sociale informatie verwerken. De onderzoekers benadrukken dat deze variatie belangrijk is om te erkennen, zeker bij het ontwikkelen van diagnostiek en ondersteuning. Film als venster op spontane sociale cognitie In plaats van traditionele taken met expliciete instructies, gebruikten de onderzoekers een animatiefilm om spontane sociale cognitie te meten. Deze aanpak biedt een realistischer beeld van hoe mensen in het dagelijks leven reageren op sociale situaties. Het blijkt dat autistische volwassenen minder voorspelbare hersenreacties vertonen, vooral bij het interpreteren van mentale toestanden van anderen. Wat betekent dit voor de praktijk? Hoewel de verschillen tussen de groepen klein waren, bevestigt het onderzoek dat sociale informatieverwerking bij autisme complex en individueel is. De resultaten ondersteunen het idee van een “empathie-imbalance”, waarbij cognitieve empathie (het begrijpen van gedachten en intenties) vaker verstoord is dan emotionele empathie (het meevoelen met lichamelijke pijn of emoties). Theoretisch kader Het onderzoek sluit aan bij het idee dat sociale hersennetwerken zich in de kindertijd ontwikkelen tot gespecialiseerde systemen. Bij autisme verloopt deze ontwikkeling anders, wat leidt tot meer variatie in hoe sociale signalen worden geïnterpreteerd. De studie benadrukt het belang van natuurlijke, contextrijke stimuli zoals films om deze processen beter te begrijpen. Deze inzichten dragen bij aan een genuanceerder beeld van autisme en onderstrepen dat ondersteuning en diagnostiek rekening moeten houden met individuele verschillen in sociale informatieverwerking. Autisme is geen eenduidige neurologische route, maar een spectrum van unieke manieren waarop mensen de wereld ervaren.

  • Vliegen met autisme: rustiger reizen met begrip en begeleiding

    Vliegtuig bij zonsopgang Voor mensen met autisme kan een vliegreis een overweldigende ervaring zijn. Denk aan drukke luchthavens, lange wachtrijen, onverwachte geluiden en sociale interacties. Gelukkig zijn er in Nederland en wereldwijd steeds meer initiatieven die het reizen met een verborgen beperking zoals autisme toegankelijker en aangenamer maken. Eén van de pioniers hierin is Vliegen met een verborgen handicap/beperking (VMA). Wat is Vliegen met een verborgen handicap/beperking? VMA werd in 2016 opgericht door Kees Hoekstra, met als doel om mensen met een niet-zichtbare beperking – zoals autisme, ADHD of angststoornissen – te ondersteunen bij het vliegen. In samenwerking met Schiphol, KLM en Axxicom zijn er diverse maatregelen getroffen om prikkels te verminderen en reizigers meer rust en structuur te bieden. Wat is DPNA-assistentie? DPNA staat voor “Disabled Passenger with intellectual or developmental disability needing Assistance”. Deze internationale IATA-code zorgt ervoor dat je als reiziger met autisme persoonlijke begeleiding krijgt op de luchthaven. Een medewerker begeleidt je vanaf de check-in tot aan de gate, zodat je stressvolle momenten zoals douane, paspoortcontrole en security met minder prikkels kunt doorlopen. Ook de crew aan boord is vooraf geïnformeerd, wat zorgt voor extra begrip tijdens de vlucht. Hoe regel je DPNA-assistentie? Vraag DPNA minimaal 48 uur vóór vertrek aan bij je luchtvaartmaatschappij. Zij maken een aantekening in je boeking en geven dit door aan de assistentiebalie op de luchthaven. Reis je terug met een andere maatschappij? Dan moet je DPNA opnieuw aanvragen. Je kunt ook je reisbureau vragen om dit voor je te regelen. Goed om te weten: DPNA is gratis en je hoeft geen medische verklaring of diagnose te overleggen. Hoe werkt het op de luchthaven? Na het inchecken en afgeven van je bagage meld je je bij de assistentiebalie. Op Schiphol zijn deze balies te vinden aan het einde van de check-in zones in elke vertrekhal. Je kunt je ook aanmelden via de assistentiezuilen bij de ingangen en bijvoorbeeld bij P1. De begeleiding neemt je mee tot aan de gate, en zorgt voor een rustige overgang naar het vliegtuig. Wat is Hidden Disabilities Sunflower? Naast DPNA bestaat er ook het Hidden Disabilities Sunflower-initiatief. Dit is een internationaal erkend systeem waarbij je met een Sunflower keycord discreet kunt aangeven dat je een verborgen beperking hebt. Het keycord is geen garantie op begeleiding, maar zorgt wel voor herkenning en extra begrip van personeel en medereizigers. Verkrijgbaar op Schiphol bij de assistentiebalies of via de website van Sunflower. Wordt erkend op meer dan 200 luchthavens wereldwijd. Verschillende luchtvaartmaatschappijen zoals KLM, Transavia, TUI, Emirates en British Airways ondersteunen het initiatief. Verschil tussen DPNA en Sunflower DPNA Sunflower Begeleiding tot aan de gate Herkenning en begrip Moet vooraf worden aangevraagd Vrij verkrijgbaar Crew is geïnformeerd Geen garantie op assistentie Gratis en zonder bewijs Discreet en vrijwillig Contact en hulp Heb je vragen of wil je hulp bij het aanvragen van assistentie? Neem contact op via: E-mail: info@vliegenmetautisme.nl Instagram DM of Facebook Messenger Schiphol Meet & Assist: 020 - 601 50 18 E-mail: assistentie@airportcaddy.nl Vliegen met autisme hoeft geen stressvolle ervaring te zijn. Met de juiste voorbereiding, begeleiding en erkenning wordt reizen weer een avontuur in plaats van een uitdaging. Zie MAX Vakantieman, vliegen met Autisme

  • Zelfontwikkeling bij autisme: een weg naar mentaal welzijn via zelfbewustzijn

    Autisme is geen defect, maar een andere manier van zijn. Toch ervaren veel autistische mensen bijkomende psychische problemen zoals depressie, angst of identiteitsverwarring. Een veelbelovende benadering om deze klachten te verlichten is het stimuleren van zelfontwikkeling via begeleiding in zelfbewustzijn. Maar wat betekent dat precies? Zelfbewustzijn als fundament voor welzijn Zelfbewustzijn verwijst naar het vermogen om je eigen gedachten, gevoelens en gedragingen te observeren en te begrijpen. Voor autistische mensen is dit vaak een uitdaging, mede door beperkingen in sociale communicatie en interoceptie (het waarnemen van lichamelijke signalen). Toch blijkt uit participatief onderzoek dat zelfkennis en het kennen van je ‘ware zelf’ door veel autistische mensen als essentieel wordt gezien voor mentaal welzijn. De diagnose autisme kan hierin paradoxaal genoeg een hulpmiddel zijn: het biedt taal en kaders om persoonlijke kenmerken te begrijpen. Dit inzicht kan leiden tot betere keuzes, duidelijkere grenzen en meer zelfacceptatie. Meetinstrumenten: SRIS-SF en KGAI-3 In de thesis van Zwarteveen worden twee vragenlijsten geëvalueerd: SRIS-SF (Self Reflection and Insight Scale – Short Form): meet zelfreflectie en inzicht. Deze werd overwegend positief beoordeeld, hoewel sommige items als vaag of filosofisch werden ervaren. KGAI-3 (Kernis & Goldman Authenticity Inventory): richt zich op bewustzijn van het ‘ware zelf’. Deze werd vaker negatief beoordeeld, vooral vanwege abstracte termen als “core self” en “true self”. Beide instrumenten bleken waardevol, maar aanpassingen zijn nodig om ze beter af te stemmen op autistische cognitie. Denk aan heldere taal, contextspecifieke items en een passende antwoordschaal. Zwarteveen, W. (2025). Zelfontwikkeling bij autistische mensen: behandeling van bijkomende psychische problemen middels begeleiding van ontwikkeling in zelfbewustzijn (Doctoral dissertation). Participatief onderzoek: samen leren en verbeteren Wat deze studie bijzonder maakt, is de participatieve aanpak. Autistische mensen, hun naasten en professionals werkten samen in een programmacommissie. Ze beoordeelden de vragenlijsten, gaven feedback en discussieerden over verbeterpunten. Dit zorgde voor meer valide en bruikbare inzichten. Tijdens een paneldiscussie werd bijvoorbeeld geopperd dat vragenlijsten idealiter worden afgenomen door ervaringsdeskundigen of autismecoaches, en dat informantenrapportages (door naasten) waardevol kunnen zijn mits zorgvuldig ingezet. Psychische problemen en zelfbewustzijn Een gebrek aan zelfkennis kan leiden tot piekeren, twijfel en zelfruminatie—een negatieve vorm van zelfgericht denken. Dit is een bekend risico bij autisme, zoals blijkt uit studies van Morin (2017) en De Graaff et al. (2023). Door zelfbewustzijn te stimuleren, kunnen deze patronen doorbroken worden. Dit maakt het een krachtig aangrijpingspunt voor interventies. Beoordeling van bronnen De thesis is goed onderbouwd met actuele en relevante literatuur, waaronder: Morin’s uitgebreide definities van zelf-gerelateerde termen Eurich’s werk over zelfbewustzijn als ontwikkelbaar vermogen Studies over alexithymie en camoufleren bij autisme (Hobson et al., Hull et al.) Participatieve methodologieën (Fletcher-Watson et al., Van den Steene et al.) De bronnen zijn betrouwbaar en afkomstig uit peer-reviewed tijdschriften en erkende instituten. Wel is de steekproef in het onderzoek klein (n=7), wat de generaliseerbaarheid beperkt. Toch biedt het waardevolle kwalitatieve inzichten. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Welke interventies helpen om zelfkennis, emotionele regulatie en identiteitsontwikkeling te versterken? 1. Psycho-educatie en zelfexploratie Een eerste stap is het aanbieden van kennis over autisme en het zelf. Dit gebeurt via: Diagnosegesprekken die niet alleen informeren, maar ook normaliseren en empoweren. Zelfexploratie-oefeningen zoals het maken van een levenslijn, het benoemen van persoonlijke waarden, of het schrijven van een zelfportret. Gebruik van metaforen (bv. ‘autisme als een andere besturingssysteem’) om abstracte concepten begrijpelijk te maken. Deze aanpak helpt mensen om hun kenmerken te herkennen en te begrijpen, wat leidt tot meer acceptatie en minder zelftwijfel. 2. Mindfulness en interoceptie-training Veel autistische mensen ervaren moeite met het herkennen en benoemen van gevoelens (alexithymie). Mindfulness kan hierbij helpen: Aandachtsoefeningen gericht op ademhaling, lichaamssensaties en emoties. Interoceptie-training waarbij cliënten leren om signalen zoals hartslag, spanning of honger te herkennen en te koppelen aan emoties. Gebruik van de NPSS (Neuroception of Psychological Safety Scale) om te meten hoe veilig iemand zich voelt en hoe gereguleerd hun lichaam is. Deze technieken vergroten het lichaamsbewustzijn en helpen bij het reguleren van stress en spanning. 3. Gespreksinterventies en reflectieve dialoog Zelfbewustzijn groeit in relatie. Gesprekken met een coach, psycholoog of ervaringsdeskundige kunnen helpen om gedachten en gevoelens te ordenen: Reflectieve vragen zoals “Wat betekent dit voor jou?” of “Wat zegt dit over wie jij bent?” Narratieve therapie waarbij het levensverhaal wordt herschreven vanuit kracht en betekenis. Gebruik van aangepaste vragenlijsten zoals de SRIS-SF, eventueel in interviewvorm, om reflectie te stimuleren. Het is cruciaal dat de begeleider autistische cognitie begrijpt en taalgebruik afstemt op de cliënt. 4. Identiteitsgerichte interventies Identiteitsontwikkeling is vaak een worsteling bij autisme. Interventies kunnen hierop inspelen door: Werkvormen rond ‘true self’ en maskeren, zoals het herkennen van camouflagetechnieken en het onderzoeken van hun impact. Groepstrajecten waarin mensen ervaringen delen en zich spiegelen aan anderen. Creatieve therapieën zoals beeldende therapie of muziektherapie, die non-verbaal zelfonderzoek mogelijk maken. Deze interventies helpen om het zelfbeeld te versterken en sociale verbondenheid te vergroten. Theoretisch kader: van zelfreflectie naar zelfregie De interventies zijn gebaseerd op een integratief theoretisch kader: Component Definitie Relevante theorieën Zelfbewustzijn Het vermogen om jezelf te observeren en begrijpen Silvia & Duval (2001), Morin (2017) Zelfreflectie Constructieve aandacht voor innerlijke processen Trapnell & Campbell (1999) Zelfruminatie Negatieve, repetitieve zelfgerichtheid Takano & Tanno (2009) Interoceptie Waarnemen van lichamelijke signalen Hobson et al. (2020), Morton et al. (2024) Identiteitsvorming Proces van betekenis geven aan wie je bent Schlegel et al. (2013), De Graaff et al. (2023) Transdiagnostiek Mechanismen die stoornisoverstijgend zijn Sauer-Zavala et al. (2017), Kist et al. (2023) Het theoretisch kader van deze benadering rust op drie pijlers: Zelfbewustzijn als cognitief-emotioneel vermogen om jezelf te begrijpen en te reguleren. Zelfreflectie vs. zelfruminatie: de eerste bevordert groei, de tweede belemmert welzijn. Transdiagnostiek: zelfbewustzijn is relevant voor meerdere psychische aandoeningen, niet alleen autisme (Sauer-Zavala et al., 2017; Kist et al., 2023). Door zelfbewustzijn te versterken, kunnen autistische mensen beter omgaan met hun emoties, gedrag en sociale interacties. Dit vergroot hun welzijn en biedt handvatten voor behandeling van bijkomende psychische klachten. Door deze componenten te integreren in interventies ontstaat een holistische benadering die niet alleen symptomen bestrijdt, maar ook persoonlijke groei stimuleert.

  • De stille gesprekspartners in je darmen – en hun mogelijke rol bij autisme

    Wie naar autisme kijkt, focust vaak meteen op de hersenen. Maar wat als een deel van het verhaal veel lager in het lichaam begint, in de darmen? Buik Wetenschappers hebben ontdekt dat de miljarden bacteriën die daar leven, méér doen dan voedsel afbreken. Ze communiceren, via het immuunsysteem, met de hersenen. En dat gesprek kan soms bepaald fel of juist kalmerend zijn. In een nieuw onderzoek met een veelgebruikt muismodel voor autisme (de BTBR-muis) speelden onderzoekers een soort “lichtknopje” in de darmflora. Bij muizen zonder enige bacterie verdwenen opvallend veel gedragskenmerken die aan autisme doen denken: minder herhalende patronen, beter sociaal geheugen en minder tekenen van angst. Ook leek hun hersenactiviteit normaler. Dit bracht de vraag: welke bacterie(s) zorgen dan wél voor die afwijkingen? Door slim combinaties van antibiotica te gebruiken en vervolgens de overgebleven microben te analyseren, kwamen de onderzoekers uit bij één opmerkelijke speler: Lactobacillus murinus. Wanneer deze bacterie aanwezig was, steeg in de darmen de hoeveelheid glutamaat, een prikkelende neurotransmitter, terwijl GABA, de “remstof” van het zenuwstelsel, juist afnam. De balans verschoof, en dat bleek te correleren met meer prikkelgevoelig gedrag en slechter sociaal functioneren. Het verhaal kreeg een positieve wending toen gezonde darmflora van sociaal vaardige muizen werd overgezet naar de BTBR-muizen. Niet alleen verbeterden gedrag en sociaal geheugen, ook namen ontstekingscellen in het brein af. Blijkbaar kan een gezonde bacteriegemeenschap de ‘toon’ van het gesprek tussen darm en brein veranderen. Om het effect nog gerichter te testen, zochten de onderzoekers in digitale modellen naar bacteriestammen die het glutamaat/GABA-evenwicht juist de goede kant op sturen. Daaruit kwam Limosilactobacillus reuteri IMB015 naar voren. Toediening van deze probiotische stam leidde tot minder herhalend gedrag, rustiger hersenactiviteit en een betere sociale geheugenprestatie. Theoretisch kader: de gut–immune–brain-as Het idee dat darmbacteriën de hersenen beïnvloeden, past in het inmiddels breed onderzochte concept van de gut–brain axis. Deze studie focust specifieker op een gut–immune–brain-as, waarbij drie systemen nauw samenwerken: Darmmicrobiota produceren stoffen (metabolieten) die via de bloedbaan en het immuunsysteem signalen naar de hersenen sturen. Het immuunsysteem vertaalt deze signalen en kan ontstekingsreacties aanzetten of remmen, ook in het centrale zenuwstelsel. De hersenen reageren op deze ontstekingsniveaus en chemische boodschappen, wat invloed kan hebben op gedrag, emoties en cognitieve functies. In dit model kunnen afwijkingen in de samenstelling van de darmflora leiden tot een overmaat aan prikkelende signalen (zoals glutamaat) en ontstekingsactiviteit in hersenweefsel. Dat kan, zeker bij een genetische kwetsbaarheid, bijdragen aan het ontstaan of verergeren van ASS-kenmerken. Omgekeerd kan het versterken van een beschermend microbioom of het toedienen van specifieke bacteriestammen de balans herstellen.

bottom of page