Zelfwaarneming in relatie tot autisme: Het belang van proprioceptie
- Gert de Heus

- 30 sep 2023
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 28 dec 2025

Autisme is een neurologische variatie die invloed heeft op hoe mensen informatie verwerken, reageren op hun omgeving en zichzelf waarnemen. Hoewel veel aandacht uitgaat naar sociale communicatie en sensorische gevoeligheid, blijft één cruciaal aspect vaak onderbelicht:
Proprioceptie: het vermogen om te voelen waar ons lichaam zich bevindt en hoe het beweegt, zonder bewuste inspanning.
Wat is proprioceptie en waarom is het relevant?
Proprioceptie is onderdeel van het lichaamsgevoel en wordt gereguleerd door het samenspel van houdingsgevoel (proprioceptie), bewegingsgevoel (vestibulair systeem) en visuele input. Het stelt ons in staat om automatisch te bewegen, onze balans te bewaren en afstanden in te schatten. Bij mensen met autisme is deze interne waarneming vaak verstoord, wat leidt tot onzekerheid in motoriek, moeite met coördinatie en een gevoel van “op de gok” bewegen.
Een illustratief voorbeeld
Denk aan een gymzaal in een zorginstelling waarvan de muren volledig zijn bekleed. Dit is geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke aanpassing. Sommige jongeren met autisme kunnen moeilijk inschatten wanneer ze moeten stoppen tijdens het rennen. Zonder deze bescherming zouden ze zich kunnen bezeren. Dit voorbeeld toont hoe een verstoorde proprioceptie direct invloed heeft op veiligheid, zelfvertrouwen en deelname aan dagelijkse activiteiten.
De impact op het dagelijks leven
Proprioceptieve uitdagingen raken veel meer dan sport. Ze beïnvloeden:
Fijne motoriek: schrijven, knippen, typen
Ruimtelijke oriëntatie: lopen door een drukke gang, navigeren in een klaslokaal
Zelfregulatie: omgaan met prikkels, spanning en emoties
Sociale interactie: inschatten van persoonlijke ruimte, non-verbale communicatie
Een verstoorde proprioceptie kan leiden tot frustratie, vermijding of overcompensatie. Maar dit betekent niet dat mensen met autisme minder capabel zijn — ze hebben andere sensorische behoeften en verdienen passende ondersteuning.
Hoe kunnen we proprioceptie ondersteunen?
Het begint bij bewustwording. Ouders, leerkrachten en begeleiders kunnen leren signalen te herkennen en proactief aanpassingen doen. Denk aan:
Visuele ondersteuning bij afstandsinschatting
Tactiele hulpmiddelen zoals verzwaarde dekens
Bewegingsmomenten en rustpauzes in de dagstructuur
Praktische interventies en strategieën
Interventie | Doel | Voorbeelden |
Sensorische integratietherapie | Verbeteren van sensorische verwerking | Schommelen, trampoline, diepe druk |
Gewichtsproducten | Versterken van lichaamsgevoel | Verzwaarde dekens, knuffels, vesten |
Lichaamsbeweging | Reguleren van prikkels en verbeteren van proprioceptie | Yoga, zwemmen, karate |
Voeding en sensorische diëtetiek | Ondersteunen van neurologische balans | Voedingsadvies op maat, eliminatie van triggers |
Omgevingsaanpassingen | Creëren van veilige, voorspelbare ruimtes | Stevige stoelen, zachte muren, duidelijke looproutes |
Wanneer en hoe toepassen?
Volgens sensorische integratie-experts is timing cruciaal. Proprioceptieve input werkt regulerend, maar moet:
Aangeboden worden met toestemming en afstemming
Vermeden worden bij acute stress zonder voorbereiding
Geïntegreerd worden in dagelijkse routines en op verzoek
Samenwerken aan maatwerk
Elke persoon met autisme is uniek. Daarom is samenwerking met ergotherapeuten, SI-specialisten en gedragsdeskundigen essentieel. Een individueel sensorisch profiel helpt om interventies af te stemmen op de behoeften, voorkeuren en context van de persoon.
Proprioceptie en autisme: het vergeten fundament van zelfregulatie
Van ongemak naar empowerment
Door proprioceptie serieus te nemen, kunnen we de kwaliteit van leven van mensen met autisme aanzienlijk verbeteren. Het gaat om meer dan motoriek, het raakt aan zelfregulatie, veiligheid, autonomie en welbevinden. Een autismevriendelijke omgeving begint bij het erkennen van deze fundamentele bouwsteen van lichaamsbewustzijn.
Theoretisch kader: Proprioceptie binnen het neurodiversiteitsparadigma
Neurodiversiteit als uitgangspunt
Het neurodiversiteitsparadigma beschouwt neurologische variaties zoals autisme niet als stoornissen, maar als natuurlijke variaties binnen de menselijke populatie (Singer, 1999; Silberman, 2015). Binnen deze benadering staat niet het corrigeren van afwijkingen centraal, maar het begrijpen en ondersteunen van unieke informatieverwerkingsstijlen. Proprioceptie, het vermogen tot zelfwaarneming van het lichaam, vormt hierin een cruciale, maar vaak onderbelichte component.
Sensorische integratie en lichaamsgevoel
Sensorische integratie verwijst naar het neurologische proces waarbij zintuiglijke informatie wordt georganiseerd en geïnterpreteerd om adequaat te kunnen reageren op de omgeving (Ayres, 1972). Proprioceptie en het vestibulaire systeem zijn centrale pijlers van het lichaamsgevoel. Bij autisme is deze integratie vaak atypisch, wat kan leiden tot:
Verstoorde motoriek en coördinatie
Moeite met het inschatten van afstanden en beweging
Beperkte zelfregulatie bij stress of prikkelverwerking
De samenwerking tussen proprioceptie, vestibulaire input en visuele waarneming bepaalt hoe iemand zijn lichaam ervaart en aanstuurt. Een verstoorde balans hierin kan leiden tot over- of onderprikkeling, zoals beschreven in modellen van prikkelverwerking (Dunn, 1997).
Prikkelverwerkingsmodellen
Volgens Dunn’s Sensory Processing Framework zijn er vier patronen van prikkelverwerking: zoeken, vermijden, gevoeligheid en lage registratie. Mensen met autisme kunnen wisselen tussen deze patronen afhankelijk van context, stressniveau en lichamelijke toestand. Proprioceptieve input speelt hierin een regulerende rol:
Prikkelstatus | Gedrag | Proprioceptieve strategie |
Overprikkeld | Vluchten, vechten | Dempen via diepe druk |
Onderprikkeld | Passief, sloom | Activeren via beweging |
In balans | Doelgericht | Onderhoud via ritme en structuur |
Deze dynamiek vraagt om een responsieve benadering waarin proprioceptieve interventies worden afgestemd op het moment, de persoon en de context.
Zelfregulatie en lichaamsgerichte interventies
Zelfregulatie is het vermogen om interne toestanden zoals spanning, alertheid en emotie te beïnvloeden. Proprioceptieve input — zoals stevig duwen, trekken, tillen of druk op het lichaam — kan bijdragen aan het reguleren van deze toestanden. Dit gebeurt via het autonome zenuwstelsel, waarbij diepe druk en ritmische bewegingen het parasympathische systeem activeren (Porges, 2011).
Therapeutische toepassingen zoals sensorische integratietherapie, gewichtsproducten en lichaamsgerichte oefeningen (yoga, zwemmen, martial arts) zijn gebaseerd op deze principes. Ze versterken het lichaamsgevoel en ondersteunen de zelfregulatie bij mensen met autisme.
Praktische en ethische implicaties
Het ondersteunen van proprioceptie vraagt om:
Respectvolle afstemming en toestemming
Individuele benadering op basis van sensorisch profiel
Samenwerking met professionals (ergotherapie, SI-therapie)
Autismevriendelijke omgevingen die veiligheid en voorspelbaarheid bieden
Binnen het neurodiversiteitsparadigma betekent dit niet het normaliseren van gedrag, maar het faciliteren van comfort, autonomie en participatie.
Bronnen:
Herbert, M., & Seroussi, K. (2012). The Autism Nutrition Handbook: What Every Parent Needs to Know About Feeding Your Child with Autism. Skyhorse Publishing.
Kranowitz, C. S. (2005). The Out-of-Sync Child: Recognizing and Coping with Sensory Processing Disorder. Penguin.
Reynolds, S., Lane, S. J., & Richards, L. (2010). Using a weighted vest with children with autism spectrum disorder and other disabilities. American Journal of Occupational Therapy, 64(3), 423-432.
Sowa, M., & Meulenbroek, R. (2012). Effects of physical exercise on autism spectrum disorders: A meta-analysis. Research in Autism Spectrum Disorders, 6(1), 46-57.




Opmerkingen