Dyslexie en Autisme: Overlap, verschillen en wat ouders écht moeten weten
- Gert de Heus

- 30 dec 2025
- 3 minuten om te lezen

Neurodiversiteit komt zelden alleen. Veel kinderen, en volwassenen, hebben kenmerken van meerdere neurodiverse profielen. Toch wordt in de praktijk vaak vooral gekeken naar het meest zichtbare gedrag, waardoor andere behoeften onbedoeld onderbelicht blijven.
Dat geldt zeker voor de combinatie van dyslexie en autisme: twee verschillende neurodiversiteiten die elkaar kunnen overlappen, versterken of juist maskeren.
Dyslexie is een neurobiologische variatie die vooral invloed heeft op de manier waarop het brein taal verwerkt. Het gaat veel verder dan moeite met lezen of spelling. Kinderen met dyslexie kunnen worstelen met het structureren van zinnen, het organiseren van schrijfwerk of het verwerken van gesproken informatie. Vaak kost het hen meer tijd om instructies te begrijpen of om gedachten op papier te zetten. Ook het leren van vreemde talen kan uitdagend zijn, net als het onthouden van stappenplannen of wiskundige feiten.
Deze uitdagingen hebben niet alleen invloed op schoolprestaties, maar ook op het zelfvertrouwen. Wanneer een kind herhaaldelijk negatieve ervaringen opdoet — bijvoorbeeld doordat het ondanks veel inzet achterblijft — kan dat leiden tot stress, faalangst of een negatief zelfbeeld. Een veelvoorkomende misvatting is dat dyslexie draait om het omkeren van letters. Dat is niet het geval. Omkeringen komen bij veel kinderen voor en zeggen weinig over dyslexie; ze zijn eerder gerelateerd aan visuele verwerking, vermoeidheid of een ontwikkelingsfase.
Wat is autisme?
Autisme is een neurodivers profiel dat invloed heeft op communicatie, sociale interactie, informatieverwerking en sensorische prikkelverwerking. Veel kinderen met autisme verwerken informatie diepgaand en detailgericht, maar kunnen moeite hebben met sociale signalen, onverwachte veranderingen of overmatige prikkels. Ze kunnen zich intens richten op specifieke interesses, behoefte hebben aan voorspelbaarheid of worstelen met het interpreteren van non-verbale communicatie.
Waar overlappen dyslexie en autisme?
Hoewel de twee profielen verschillend zijn, raken ze elkaar op meerdere punten. Zowel dyslexie als autisme kunnen invloed hebben op verbale communicatie. Een kind kan moeite hebben met het begrijpen van gesproken taal, het vinden van woorden of het verwerken van complexe zinnen. Ook sensorische verwerking speelt bij beide een rol. Geluiden, visuele prikkels of drukke omgevingen kunnen overweldigend zijn, waardoor leren en communiceren extra inspanning kosten.
Daarnaast zijn er neurologische en genetische factoren die de kans op beide profielen kunnen vergroten. Onderzoekers zien dat bepaalde hersengebieden bij beide groepen anders functioneren en dat genetische variaties soms overlappen. Dat verklaart waarom comorbiditeit — het voorkomen van meerdere neurodiversiteiten tegelijk — eerder regel dan uitzondering is.
Waar verschillen ze?
Dyslexie richt zich primair op taalverwerking, terwijl autisme een breder ontwikkelingsprofiel omvat dat ook sociale interactie, sensoriek en informatieverwerking beïnvloedt. De diagnostiek verschilt eveneens: dyslexie wordt vastgesteld via taal- en leesonderzoek, terwijl autisme wordt beoordeeld op gedragspatronen, ontwikkeling en communicatie. Ook de ondersteuning verschilt. Waar dyslexie vooral vraagt om expliciet, gestructureerd taalonderwijs, vraagt autisme om voorspelbaarheid, duidelijke communicatie en een omgeving die sensorische behoeften respecteert.
Hoe herken je dyslexie bij een kind met autisme?
Dat is soms ingewikkeld, omdat kenmerken elkaar kunnen overlappen of maskeren. Moeite met lezen kan bijvoorbeeld worden toegeschreven aan concentratieproblemen, terwijl het in werkelijkheid om dyslexie gaat. Let vooral op hardnekkige lees- en spellingproblemen die niet verbeteren ondanks oefening, op frustratie bij taalopdrachten of op een opvallend verschil tussen mondelinge en schriftelijke prestaties. Wanneer meerdere signalen samenkomen, is verder onderzoek zinvol.
Hoe ondersteun je een kind met beide profielen?
Het begint met het begrijpen van de leerstijl van het kind. Veel kinderen met autisme en dyslexie leren het beste wanneer informatie duidelijk, gestructureerd en stap-voor-stap wordt aangeboden. Multisensorisch onderwijs, waarbij visuele, auditieve en motorische elementen worden gecombineerd, is vaak effectief. Methoden zoals Orton-Gillingham sluiten hier goed bij aan, zeker wanneer de begeleider ervaring heeft met autisme.
Ook scholen kunnen veel betekenen. Extra tijd, een rustige werkplek, audioboeken, tekst-naar-spraaksoftware of visuele ondersteuning kunnen het verschil maken. Een individueel onderwijsplan helpt om afspraken vast te leggen en ondersteuning op maat te bieden. Het is belangrijk dat ouders en school samenwerken en dat ouders blijven pleiten voor wat hun kind nodig heeft. Kinderen met een dubbel profiel hebben vaak iemand nodig die hun sterke kanten ziet, hun frustraties begrijpt en hun zelfvertrouwen helpt opbouwen.
Dyslexie en autisme zijn twee verschillende neurodiversiteiten, maar ze kunnen elkaar beïnvloeden op manieren die zowel uitdagend als waardevol zijn. Door de overlap te begrijpen, vooral op het gebied van taal, sensoriek en informatieverwerking, kunnen ouders, leerkrachten en professionals veel gerichter ondersteunen. Met de juiste aanpak kunnen kinderen met autisme én dyslexie niet alleen leren, maar ook groeien in zelfvertrouwen, autonomie en plezier in leren.




Opmerkingen