Autisme en dyscalculie: wat je moet weten
- Gert de Heus

- 15 aug 2024
- 9 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 10 jan

Autisme en dyscalculie zijn twee verschillende neurobiologische ontwikkelingsstoornissen die regelmatig samen voorkomen. Beide beïnvloeden hoe een kind informatie verwerkt, leert en omgaat met schoolse taken. Wanneer deze twee aandoeningen elkaar ontmoeten, kan dat zorgen voor extra uitdagingen in het onderwijs en thuis. In dit artikel lees je wat dyscalculie en autisme precies zijn, hoe ze elkaar beïnvloeden en hoe je kinderen met deze combinatie het beste kunt ondersteunen.
Wat is dyscalculie?
Dyscalculie is een hardnekkige leerstoornis die het rekenen bemoeilijkt. Het gaat niet om een gebrek aan intelligentie of motivatie, maar om een neurobiologische beperking in het verwerken van getallen, hoeveelheden en rekenprocedures. Kinderen met dyscalculie hebben moeite met het automatiseren van rekenfeiten, zoals tafels of eenvoudige optelsommen. Ze blijven vaak lang op hun vingers tellen, raken het overzicht kwijt bij meerstapsopgaven en vinden het lastig om getallen te begrijpen als betekenisvolle hoeveelheden. Ook het herkennen van patronen, het schatten van hoeveelheden en het vasthouden van tussenstappen in het werkgeheugen kan problematisch zijn.
Wat is autisme?
Autisme is een ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op de manier waarop iemand denkt, communiceert en zich gedraagt. Veel kinderen met autisme hebben een sterke behoefte aan voorspelbaarheid en duidelijke structuur. Ze kunnen moeite hebben met het verwerken van abstracte informatie, het schakelen tussen taken en het interpreteren van complexe instructies. Daarnaast hebben ze vaak een ongelijk cognitief profiel: sommige vaardigheden zijn opvallend sterk ontwikkeld, terwijl andere juist achterblijven.
Hoe beïnvloeden autisme en dyscalculie elkaar?
Hoewel autisme en dyscalculie op zichzelf staan, versterken ze elkaar vaak op subtiele maar ingrijpende manieren. Dyscalculie maakt het lastig om wiskundige concepten te begrijpen en toe te passen. Autisme kan tegelijkertijd zorgen voor rigiditeit in denken, waardoor het moeilijk wordt om flexibel met rekenstrategieën om te gaan of nieuwe aanpakken te proberen. Een kind dat moeite heeft met veranderingen in routines, kan bijvoorbeeld vastlopen wanneer een rekenopgave vraagt om een andere strategie dan die het gewend is.
Daarnaast spelen werkgeheugen, taalverwerking en visueel‑ruimtelijke vaardigheden een rol bij zowel autisme als dyscalculie. Wanneer meerdere van deze functies kwetsbaar zijn, wordt het leren rekenen extra complex. De combinatie kan leiden tot frustratie, faalangst en vermijdingsgedrag, vooral wanneer het kind merkt dat leeftijdsgenoten sneller vooruitgaan.
Hoe herken je dyscalculie bij kinderen met autisme?
Het herkennen van dyscalculie bij kinderen met autisme is soms lastig, omdat beide aandoeningen vergelijkbare gedragingen kunnen veroorzaken. Toch zijn er signalen die opvallen door hun hardnekkigheid. Jonge kinderen kunnen weinig interesse tonen in getallen, moeite hebben met begrippen als ‘meer’ en ‘minder’, of hoeveelheden niet in één oogopslag kunnen overzien. Ze kunnen tellen lastig vinden, zowel in volgorde als in het aanwijzen van voorwerpen.
Vanaf groep 3 worden de verschillen vaak duidelijker. Een kind kan getallen omkeren, traag werken, veel fouten maken in eenvoudige sommen of moeite hebben met het onthouden van rekenfeiten. Het kan vastlopen bij het volgen van stappen in een procedure, moeite hebben met klokkijken of het interpreteren van tekstsommen. Wanneer deze problemen blijven bestaan, ook na intensieve begeleiding, is verder onderzoek naar dyscalculie zinvol.
Diagnose en het belang van tijdige herkenning
Een diagnose dyscalculie kan pas vanaf groep 6 worden gesteld, omdat er eerst voldoende onderwijs en begeleiding moet zijn geweest om te kunnen beoordelen of de problemen hardnekkig zijn. Een orthopedagoog of psycholoog onderzoekt of er sprake is van didactische resistentie, een significante achterstand en het ontbreken van andere verklaringen zoals slecht onderwijs. Hoe eerder de signalen worden herkend, hoe sneller passende ondersteuning kan worden ingezet, wat de ontwikkeling van het kind ten goede komt.
Waarom komen autisme en dyscalculie vaak samen voor?
Onderzoek laat zien dat beide stoornissen overlappen in cognitieve functies zoals werkgeheugen, taalverwerking, aandacht en automatisering. Ook visueel‑ruimtelijke verwerking speelt bij beide een rol. Daarnaast is er een verhoogde kans op bijkomende stoornissen zoals ADHD, taalstoornissen en dyslexie. Deze combinatie van factoren maakt dat kinderen met autisme vaker rekenproblemen ervaren en dat dyscalculie soms pas laat wordt opgemerkt.
Ondersteuning in de praktijk
Kinderen met autisme en dyscalculie hebben baat bij een voorspelbare, gestructureerde aanpak. Duidelijke stappenplannen, visuele ondersteuning en vaste routines helpen om overzicht te creëren. Het is belangrijk om één strategie tegelijk aan te leren en voldoende tijd te geven om deze te oefenen. Extra tijd bij toetsen, rustmomenten en het verminderen van prestatiedruk kunnen helpen om spanning te verminderen.
Hulpmiddelen zoals een rekenmachine, getallenlijnen, kleurcodes of digitale ondersteuning kunnen het rekenen toegankelijker maken. Ook emotionele ondersteuning is essentieel. Kinderen die vaak vastlopen, kunnen negatieve overtuigingen ontwikkelen over hun eigen kunnen. Door successen te benoemen, fouten te normaliseren en positieve gedachten te versterken, groeit het zelfvertrouwen.
Samenwerking tussen ouders, leerkrachten en zorgprofessionals is hierbij onmisbaar. Een afgestemd plan zorgt ervoor dat het kind op alle plekken dezelfde ondersteuning krijgt.
Thuis kun je op een laagdrempelige manier werken aan getalbegrip en rekenrust. Een eenvoudige oefening is het visueel leggen van getallen met fiches of blokjes. Door een getal op verschillende manieren te verdelen, krijgt het kind meer inzicht in hoeveelheden en relaties tussen getallen.
De combinatie van autisme en dyscalculie vraagt om maatwerk, geduld en een goed begrip van hoe het kind informatie verwerkt. Met duidelijke structuur, visuele ondersteuning, emotionele veiligheid en samenwerking tussen ouders en school kunnen kinderen wél vooruitgang boeken. Door hun sterke kanten te benutten en rekenstress te verminderen, ontstaat ruimte om te leren op een manier die bij hen past.
Als je denkt dat een kind dyscalculie en/of autisme heeft, is het belangrijk om hulp te zoeken. Hier zijn enkele stappen die je kunt nemen:
Professionele Evaluatie: Laat een specialist, zoals een orthopedagoog of psycholoog, een uitgebreide evaluatie uitvoeren. Dit kan helpen om te begrijpen of dyscalculie, autisme, of een combinatie van beide een rol speelt.
Gerichte Ondersteuning: Kinderen met dyscalculie kunnen baat hebben bij extra oefeningen en hulpmiddelen zoals aangepaste werkbladen, visuele schema's, en extra tijd bij toetsen. Voor kinderen met autisme kan het nuttig zijn om structuur en voorspelbaarheid te bieden in de rekenlessen.
Hulpmiddelen en Aanpassingen: Overweeg het gebruik van hulpmiddelen zoals een rekenmachine of visuele hulpmiddelen om het rekenproces te vergemakkelijken. Duidelijke en gestructureerde instructies kunnen ook helpen.
Samenwerking met School: Werk samen met de leraren en het zorgteam op school om een ondersteuningsplan op te stellen dat rekening houdt met de specifieke behoeften van het kind.
Emotionele Ondersteuning: Kinderen met dyscalculie en autisme kunnen last hebben van faalangst of andere emotionele problemen. Zorg voor een ondersteunende en positieve leeromgeving waarin het kind zich veilig voelt om fouten te maken en te leren.
Het combineren van dyscalculie en autisme kan extra uitdagingen met zich meebrengen, maar met de juiste ondersteuning en aanpak kunnen kinderen deze moeilijkheden overwinnen. Door goed te begrijpen wat elk van deze aandoeningen inhoudt en door samen te werken met professionals, kun je ervoor zorgen dat het kind de hulp krijgt die het nodig heeft om succesvol te zijn op school en daarbuiten. Discalculie vraagt om een gepersonaliseerde aanpak. Eye-movement therapieën zoals IEMT bieden een interessante aanvulling, vooral bij emotionele blokkades. Ze zijn nog in onderzoek, maar kunnen waardevol zijn in combinatie met cognitieve en educatieve interventies.
Praktische tips
Hier zijn enkele praktische oefeningen die je thuis kunt proberen om dyscalculie te ondersteunen, met een focus op emotionele blokkades, visueel inzicht, en eye-movement technieken:
1. Visueel Getalbegrip Oefening
Doel: Versterken van getalbegrip via visuele representatie.
Benodigdheden:
Gekleurde fiches of blokjes
Getalkaarten (1 t/m 20)
Oefening:
Leg een getalkaart neer (bijv. 7).
Laat het kind het getal leggen met fiches in een patroon (bijv. 3 boven, 4 onder).
Vraag: “Hoe kun je dit getal anders verdelen?” → stimuleert splitsen en getalinzicht.
2. Eye-Movement & Rekenspanning
Doel: Verminderen van stress bij rekenopgaven.
Oefening:
Laat het kind een eenvoudige som maken (bijv. 3 + 4).
Vraag daarna: “Wat voelde je toen je dit moest doen?”
Laat het kind met de ogen een horizontale lijn volgen (bijv. vinger of pen van links naar rechts, 5x).
Herhaal de som en vraag of het anders voelt.
Deze oefening is geïnspireerd op IEMT/EMDR en helpt om spanning los te koppelen van de taak.
3. Spelvorm: Dobbelsteen Splitsen
Doel: Oefenen met getallen splitsen en hoofdrekenen.
Oefening:
Gooi twee dobbelstenen.
Tel de ogen op (bijv. 3 + 5 = 8).
Vraag: “Hoe kun je 8 splitsen in twee andere getallen?” (bijv. 6 + 2, 4 + 4).
Laat het kind de splitsing tekenen of met blokjes leggen.
4. Positieve overtuigingen versterken
Doel: Versterken van zelfvertrouwen bij rekenen.
Oefening:
Laat het kind een moeilijke som maken.
Vraag: “Wat dacht je toen je dit zag?”
Noteer negatieve gedachten (“Ik kan dit niet”).
Laat het kind met oogbewegingen (links-rechts volgen) een positieve zin herhalen
“Ik leer rekenen op mijn manier.”
5. Digitale ondersteuning
Gebruik apps zoals:
Math Garden (Nederlandstalig, adaptief)
Dyscalculator (voor visuele ondersteuning bij sommen)
Number Sense App (voor getalinzicht)
Theoretisch kader: autisme, dyscalculie en cognitieve processen
Om de combinatie van autisme en dyscalculie goed te begrijpen, is het belangrijk om te kijken naar de onderliggende cognitieve processen die bij beide aandoeningen een rol spelen. Dit theoretisch kader beschrijft de belangrijkste wetenschappelijke inzichten die verklaren waarom kinderen met autisme vaker rekenproblemen ervaren en waarom dyscalculie soms moeilijk te herkennen is binnen deze groep.
Neurobiologische basis van dyscalculie
Dyscalculie wordt gezien als een neurobiologische leerstoornis waarbij verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij rekenen minder efficiënt samenwerken. Rekenen is namelijk geen enkelvoudige vaardigheid, maar een complex samenspel van:
getalbegrip (hoeveelheden herkennen en vergelijken)
taalverwerking (begrijpen van rekentaal en symbolen)
visueel‑ruimtelijke verwerking (plaats van getallen, getallenlijn, patronen)
werkgeheugen (tussenstappen vasthouden)
automatisering (rekenfeiten snel oproepen)
De triple‑code theorie vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt. Deze theorie stelt dat getallen in de hersenen op drie manieren worden gerepresenteerd: als gesproken woord, als geschreven symbool en als hoeveelheid. Bij dyscalculie verloopt de koppeling tussen deze drie codes moeizaam, waardoor kinderen moeite hebben met het begrijpen en toepassen van rekenfeiten en procedures.
Cognitieve kenmerken van autisme
Autisme wordt gekenmerkt door verschillen in informatieverwerking. Kinderen met autisme hebben vaak:
een sterke behoefte aan voorspelbaarheid en vaste routines
moeite met flexibel schakelen tussen taken
uitdagingen in het verwerken van abstracte of dubbelzinnige informatie
een ongelijk cognitief profiel met sterke pieken en dalen
kwetsbaarheden in executieve functies zoals plannen, organiseren en werkgeheugen
Deze kenmerken beïnvloeden hoe een kind leert, nieuwe strategieën oppakt en omgaat met veranderingen in rekenprocedures.
Overlapping tussen autisme en dyscalculie
Hoewel autisme en dyscalculie verschillende stoornissen zijn, overlappen ze op meerdere cognitieve domeinen. Dit verklaart waarom de combinatie relatief vaak voorkomt en waarom rekenproblemen bij autisme soms hardnekkig lijken.
1. Werkgeheugen
Zowel bij autisme als dyscalculie kunnen beperkingen in het werkgeheugen voorkomen. Rekenen vraagt om het vasthouden van tussenstappen, het onthouden van procedures en het manipuleren van getallen. Wanneer dit systeem kwetsbaar is, ontstaan snel fouten of raakt het kind het overzicht kwijt.
2. Automatisering
Automatiseren — het snel en accuraat oproepen van rekenfeiten — is een kernprobleem bij dyscalculie. Bij autisme kan automatisering eveneens trager verlopen, vooral wanneer informatie abstract of contextafhankelijk is. De combinatie versterkt elkaar, waardoor basisfeiten zoals tafels of eenvoudige optelsommen moeilijk beklijven.
3. Taal en rekentaal
Veel rekenopgaven zijn talig. Kinderen met autisme kunnen moeite hebben met het interpreteren van taal, metaforen of impliciete aanwijzingen. Bij dyscalculie komt daar nog bij dat rekentaal zelf — zoals “verschil”, “rest”, “splitsen” — moeilijk te koppelen is aan handelingen. Dit maakt tekstsommen en instructies extra uitdagend.
4. Visueel‑ruimtelijke verwerking
Een deel van de kinderen met autisme heeft moeite met ruimtelijke oriëntatie of het interpreteren van visuele informatie. Bij dyscalculie kan dit eveneens voorkomen. Hierdoor wordt het lastig om getallen op een getallenlijn te plaatsen, patronen te herkennen of meetkundige relaties te begrijpen.
5. Executieve functies
Executieve functies zoals plannen, organiseren, flexibiliteit en zelfmonitoring zijn vaak kwetsbaar bij autisme. Dyscalculie vraagt juist om sterke executieve functies om rekenprocedures te volgen en strategieën toe te passen. De combinatie kan leiden tot:
moeite met het volgen van stappen
snel vastlopen bij onverwachte wendingen
problemen met het controleren van eigen werk
Hardnekkigheid als kerncriterium
Een belangrijk onderscheid tussen algemene rekenproblemen en dyscalculie is de hardnekkigheid. Bij dyscalculie blijven de problemen bestaan, ook na langdurige en intensieve begeleiding. Bij kinderen met autisme kan dit onderscheid lastiger te maken zijn, omdat ook autisme invloed heeft op leren. Daarom is het essentieel om te kijken naar:
de mate van vooruitgang
de kwaliteit van het onderwijs
de consistentie van de problemen
de aanwezigheid van andere verklarende factoren
Pas wanneer rekenproblemen niet verbeteren ondanks goede ondersteuning, kan dyscalculie worden overwogen.
Comorbiditeit en variatie
Dyscalculie staat zelden op zichzelf. Er is een hoge comorbiditeit met onder andere dyslexie, ADHD en taalstoornissen. Bij autisme is de variatie in cognitieve profielen groot, waardoor rekenproblemen op verschillende manieren tot uiting kunnen komen. Dit betekent dat ondersteuning altijd maatwerk moet zijn, afgestemd op de unieke combinatie van sterke en zwakke punten van het kind.
Samenvattend
Het theoretisch kader laat zien dat de combinatie van autisme en dyscalculie niet toevallig is. Beide stoornissen raken aan dezelfde cognitieve processen, zoals werkgeheugen, automatisering, taalverwerking en executieve functies. Deze overlap verklaart waarom rekenproblemen bij kinderen met autisme soms hardnekkig zijn en waarom dyscalculie binnen deze groep extra aandacht vraagt. Door deze processen te begrijpen, kunnen ouders, leerkrachten en professionals gerichter ondersteunen en beter aansluiten bij de manier waarop het kind informatie verwerkt.
Bronnenlijst
American Psychiatric Association (2000). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4e editie, tekstherziening). Washington, DC: APA.
Desoete, A., Ghesquière, P., Walgraeve, M., & Thomassen, L. (2006). Dyscalculie: diagnostiek en behandeling. Acco.
ERWD (2011). Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie. Expertisecentrum Nederlands.
Huijsmans, M., & Cijvat, I. (jaar). Dyscalculie: leerlingen verschillen?! (Artikel genoemd in het document; exacte publicatiegegevens afhankelijk van bron).
Jolles, J., et al. (2005). Onderzoek naar cognitieve ontwikkeling en rekenvaardigheden. Maastricht University.
Nelissen, J. (2006). Rekenproblemen en rekenstoornissen. In: Handboek Remedial Teaching.
Ruijssenaars, A. J. J. M., Van Luit, J. E. H., & Van Lieshout, E. C. D. M. (2004). Rekenproblemen en dyscalculie. Bohn Stafleu van Loghum.
Stock, P., Desoete, A., & Roeyers, H. (2007). Subtypes van dyscalculie: een overzicht van theorie en onderzoek. Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Toll, S. W. M., & Van Luit, J. E. H. (2013/2014). Onderzoek naar rekentaal, werkgeheugen en getalbegrip bij jonge kinderen. Universiteit Utrecht.
Van Groenestijn, M. (2015). Rekenzwakke leerlingen en passend onderwijs. Expertisecentrum Nederlands.
Van




Opmerkingen