Kennisbank autismeportaal
top of page

Autismeportaal | dehit
Gratis Autisme Kennisbank

Persoonlijk leiderschap voor mensen met autisme

Minicursus: Van dagelijks managen naar werkelijk de regie nemen


Veel mensen met autisme leven in een wereld die voortdurend iets van hen vraagt: prikkels verwerken, verwachtingen inschatten, sociale signalen interpreteren, energie bewaken, plannen maken en bijstellen. Het leven kan daardoor aanvoelen als een eindeloze reeks microbeslissingen die vooral gericht zijn op overleven. Je bent de hele dag aan het managen, van jezelf, van situaties, van anderen en toch voelt het alsof je nauwelijks vooruitkomt.


Persoonlijk leiderschap biedt een ander perspectief. Het gaat niet om méér doen, maar om anders kijken. Niet om harder werken, maar om bewuster kiezen. En vooral: niet om voldoen aan de wereld, maar om je eigen koers bepalen binnen die wereld.


De leiderschapsprincipes over visie, emotionele intelligentie, teamdynamiek en ethiek blijken verrassend goed toepasbaar op het leven met autisme. Ze helpen om het verschil te begrijpen tussen managen en leiden, en laten zien hoe persoonlijk leiderschap eruit kan zien in zowel privé- als werkomgevingen.


Wanneer managen overleven wordt

Management draait in de klassieke literatuur (Kotter, 1990) om stabiliteit, structuur en controle. Voor veel autistische volwassenen is dat herkenbaar: je probeert de dag voorspelbaar te houden, prikkels te beperken en problemen op te lossen voordat ze escaleren. Je reageert op wat er gebeurt, vaak vanuit een behoefte aan veiligheid.


Maar wanneer het leven vooral bestaat uit managen, ontstaat er weinig ruimte voor richting. Je bent bezig met het voorkomen van overbelasting, niet met het vormgeven van een leven dat bij je past. Je houdt de boel draaiende, maar je voelt niet dat je werkelijk invloed hebt op de koers.


Dat is geen tekortkoming, het is een logisch gevolg van een wereld die vaak niet is afgestemd op neurodivergente breinen. Maar het is ook niet het hele verhaal.


Persoonlijk leiderschap: richting kiezen in plaats van compenseren

Leiderschap, zo beschrijft de bijlage, gaat over visie, verandering en inspiratie. Niet in de zin van grootse speeches of heroïsche daden, maar in de zin van richting bepalen. Voor mensen met autisme betekent dat: ontdekken wat voor jou klopt, en daar vervolgens keuzes aan verbinden.


Persoonlijk leiderschap begint bij zelfbewustzijn, een kerncomponent van emotionele intelligentie (Goleman, 1995). Veel autistische volwassenen beschikken juist over een scherp zelfinzicht, maar hebben geleerd dat hun behoeften “onhandig” of “ongepast” zijn. Leiderschap vraagt het tegenovergestelde: je behoeften serieus nemen als richtingaanwijzers.


Het betekent dat je niet alleen kijkt naar wat je moet volhouden, maar naar wat je wilt opbouwen. Niet alleen naar wat energie kost, maar naar wat energie geeft. Niet alleen naar hoe je je aanpast, maar naar hoe je je omgeving kunt vormgeven zodat jij tot je recht komt.


Leiderschap in je privéleven: ruimte maken voor jezelf

In het dagelijks leven kan persoonlijk leiderschap betekenen dat je stopt met het voortdurend compenseren voor anderen. Dat je niet langer automatisch kiest voor harmonie als dat ten koste gaat van jezelf. Dat je routines niet gebruikt als overlevingsmechanisme, maar als fundament voor rust en autonomie.


Het vraagt moed om grenzen niet alleen te voelen, maar ook te bewaken. Om te erkennen dat jouw manier van leven niet minder is, maar anders en dat die andersheid richtinggevend mag zijn. Persoonlijk leiderschap betekent dat je jezelf niet langer ziet als iemand die “moet functioneren”, maar als iemand die een leven mag vormgeven dat klopt bij wie je bent.


Leiderschap op de werkvloer: jezelf serieus nemen als professional

Op het werk wordt het verschil tussen managen en leiden vaak nog zichtbaarder. Veel autistische professionals excelleren in inhoud, precisie en betrouwbaarheid, maar raken uitgeput door sociale complexiteit, onduidelijke verwachtingen of voortdurende aanpassing.


Persoonlijk leiderschap betekent hier dat je je eigen voorwaarden durft te formuleren. Dat je helder communiceert wat je nodig hebt om goed te functioneren — niet als last, maar als professionaliteit. Dat je je sterke kanten inzet als richting, niet als compensatie.


Effectief leiderschap draait om communicatie, empathie en het begrijpen van teamdynamiek. Voor autistische mensen betekent dat niet dat je moet voldoen aan neurotypische communicatiestandaarden, maar dat je jouw manier van communiceren mag inzetten als kracht: helder, eerlijk, concreet en betrouwbaar.


Transformationeel leiderschap, het vermogen om jezelf en je omgeving te laten groeien, begint bij het erkennen van je eigen waarden en het bouwen van een werkcontext die daarbij past.


Waarom persoonlijk leiderschap zo goed aansluit bij autisme

Onderzoek laat zien dat autistische volwassenen floreren wanneer ze autonomie ervaren, hun interesses kunnen inzetten en hun omgeving voorspelbaar genoeg is om tot rust te komen (Hedley & Uljarević, 2018; Grove et al., 2018). Persoonlijk leiderschap sluit daar naadloos op aan: het gaat over richting, betekenis en zelfregie.


Het vraagt niet dat je verandert wie je bent, maar dat je verandert hoe je jezelf positioneert. Niet als iemand die moet overleven in een wereld die te veel vraagt, maar als iemand die keuzes mag maken die passen bij je neurodivergente brein.


Van overleven naar leven

Het wezenlijke verschil tussen managen en leiden is eenvoudig samen te vatten:

Managen houdt je op de been. Leiderschap brengt je vooruit.

Voor mensen met autisme betekent dat niet dat je moet streven naar een ideaalbeeld van leiderschap. Het betekent dat je jezelf toestaat om richting te kiezen, in plaats van alleen te reageren. Dat je niet alleen probeert te voldoen aan de wereld, maar dat je de wereld een beetje meer laat voldoen aan jou.


Persoonlijk leiderschap is geen eindpunt, maar een proces. Een beweging van binnen naar buiten. Een manier om jezelf niet langer te zien als iemand die moet overleven, maar als iemand die mag leven, op een manier die klopt.


Waarom is persoonlijk leiderschap zo moeilijk bij autisme?

Er is een diepe en vaak onzichtbare reden waarom regie nemen voor veel autistische mensen zo ingewikkeld is. Het heeft niets te maken met onwil, gebrek aan motivatie of “niet weten wat je wilt”. Het heeft alles te maken met hoe het autistische brein informatie verwerkt, hoe de omgeving daarop reageert en hoe chronische overbelasting langzaam maar zeker de ruimte voor richting verdringt.


Persoonlijke regie vraagt namelijk om rust, overzicht, voorspelbaarheid, zelfvertrouwen en toegang tot je eigen behoeften. Precies die elementen staan bij veel autistische volwassenen structureel onder druk.

Ik neem je mee in de belangrijkste onderliggende mechanismen, niet als losse bullets, maar als een samenhangend verhaal dat recht doet aan de complexiteit.


1. Regie nemen vraagt om ruimte, maar autistische mensen leven vaak in overlevingsstand

Veel autistische volwassenen brengen een groot deel van hun leven door in een toestand van verhoogde alertheid. Prikkels, sociale verwachtingen, onduidelijkheid en voortdurende aanpassing zorgen ervoor dat het zenuwstelsel weinig momenten van echte rust kent. Onderzoek naar autistische burn-out laat zien dat langdurige overbelasting leidt tot een soort “functionele verkramping”: je doet wat moet, maar je hebt geen ruimte meer om te kiezen.


Regie nemen vraagt om reflectie, vooruitdenken en het kunnen voelen wat je nodig hebt. Maar wanneer je brein vooral bezig is met overleven, wordt dat vermogen tijdelijk uitgeschakeld. Je kunt dan wel functioneren, maar niet sturen.


2. Regie vraagt om zelfbewustzijn, maar veel autisten zijn opgegroeid met het idee dat hun behoeften ‘verkeerd’ zijn

Veel autistische volwassenen hebben geleerd dat hun manier van voelen, denken en reageren niet klopt met wat de omgeving verwacht. Daardoor ontstaat een diepe gewoonte om jezelf te negeren of te wantrouwen. Je leert te functioneren op basis van externe signalen: wat hoort, wat moet, wat anderen prettig vinden.


Persoonlijke regie vraagt precies het tegenovergestelde: vertrouwen op je eigen binnenwereld. Maar als die binnenwereld jarenlang is weggedrukt, voelt het alsof je geen kompas meer hebt. Niet omdat het er niet is, maar omdat het nooit serieus genomen mocht worden.


3. Regie vraagt om voorspelbaarheid, maar de wereld is voor autisten vaak chaotisch

Leiderschap en ook persoonlijk leiderschap, begint bij het kunnen overzien van opties. Maar de wereld is voor autistische mensen vaak minder voorspelbaar, minder logisch en minder gestructureerd dan voor neurotypische mensen. Kleine veranderingen kunnen grote impact hebben. Sociale situaties zijn vol impliciete regels. Werkprocessen zijn vaak onduidelijk of inconsistent.


Wanneer de omgeving niet voorspelbaar is, wordt het moeilijk om richting te bepalen. Je bent dan vooral bezig met het voorkomen van fouten, misverstanden of overprikkeling. Regie nemen voelt dan als een luxe die je je niet kunt veroorloven.


4. Regie vraagt om autonomie, maar veel autisten hebben jarenlang geleerd zich aan te passen

Camoufleren, maskeren, sociaal wenselijk gedrag, “normaal doen”, het zijn strategieën die autistische mensen vaak al vanaf jonge leeftijd ontwikkelen. Ze helpen om te overleven in een wereld die niet op hen is ingericht, maar ze hebben een prijs: je raakt verwijderd van je eigen voorkeuren, grenzen en verlangens.

Als je jarenlang hebt geleerd dat je pas veilig bent wanneer je je aanpast, voelt regie nemen bijna gevaarlijk. Het vraagt om het loslaten van oude beschermingsmechanismen. Dat is geen kleine stap; het is een identiteitsverandering.


5. Regie vraagt om vertrouwen, maar veel autisten hebben teleurstellingen en miskenning ervaren

Veel autistische volwassenen hebben ervaringen met onbegrip, afwijzing, pesten, misdiagnoses, verkeerde verwachtingen of werkplekken waar hun talenten niet werden gezien. Dat laat sporen na. Het maakt het moeilijk om te geloven dat jouw keuzes ertoe doen, dat jouw stem waarde heeft, dat jouw manier van leven legitiem is.

Regie nemen vraagt om het gevoel dat je invloed hebt. Maar als je vaak hebt ervaren dat jouw invloed werd genegeerd, voelt regie nemen niet vanzelfsprekend, eerder als een risico.


6. Regie vraagt om energie, maar autistische energiehuishouding werkt anders

Onderzoek laat zien dat autistische mensen meer energie kwijt zijn aan dagelijkse taken die voor anderen vanzelfsprekend zijn: sociale interactie, sensorische verwerking, planning, schakelen tussen taken. Daardoor blijft er minder energie over voor reflectie, keuzes maken en richting bepalen.

Regie nemen vraagt om een volle batterij. Maar veel autistische volwassenen leven met een batterij die structureel halfleeg is.


7. Regie nemen vraagt om een omgeving die meebeweegt en die ontbreekt vaak

Persoonlijk leiderschap is geen individuele prestatie; het is een samenspel tussen persoon en omgeving. Voor autistische mensen is dat extra waar. Regie nemen lukt pas wanneer de omgeving:

  • voorspelbaar is,

  • duidelijk communiceert,

  • ruimte biedt voor autonomie,

  • neurodivergente behoeften respecteert.

Wanneer die voorwaarden ontbreken, wordt regie nemen een gevecht in plaats van een proces.


De kern in één zin

Regie nemen is moeilijk voor veel autistische mensen omdat hun brein, hun geschiedenis en hun omgeving hen vaak dwingen tot overleven in plaats van kiezen.


Maar, en dit is belangrijk, dat betekent niet dat regie onmogelijk is. Het betekent dat regie anders begint: niet met grote stappen, maar met het terugvinden van jezelf. Niet met doelen, maar met rust. Niet met plannen, maar met toestemming om te voelen wat jij nodig hebt.


Wetenschappelijk kader: waarom regie nemen bij autisme zo complex is

Persoonlijke regie – het vermogen om richting te geven aan je eigen leven – wordt in de psychologische literatuur vaak verbonden met begrippen als autonomie, zelfdeterminatie, executieve functies en emotionele regulatie. Bij autisme komen precies op deze domeinen structurele uitdagingen én unieke krachten samen. Dat maakt regie nemen niet onmogelijk, maar wel wezenlijk anders en vaak zwaarder dan bij neurotypische mensen.

Onderstaand kader verbindt een aantal belangrijke wetenschappelijke lijnen met de vraag: waarom is regie nemen voor veel autistische mensen zo moeilijk?

1. Zelfdeterminatie en autonomie: regie vraagt psychologische basisbehoeften

De zelfdeterminatietheorie (Self-Determination Theory, SDT) van Deci en Ryan stelt dat drie psychologische basisbehoeften cruciaal zijn voor motivatie en persoonlijke regie: autonomie (zelf keuzes kunnen maken), competentie (je bekwaam voelen) en verbondenheid (je gesteund en gezien voelen). Wanneer deze behoeften structureel gefrustreerd worden, verschuift gedrag van intrinsiek gemotiveerd naar gecontroleerd of puur overlevingsgericht.

Bij veel autistische volwassenen zijn deze drie pijlers vaak langdurig onder druk komen te staan:

  • autonomie door voortdurende aanpassing aan neurotypische normen,

  • competentie door miskenning van hun sterke kanten en overfocus op “tekorten”,

  • verbondenheid door sociale uitsluiting, pesten of onbegrip.

Onderzoek laat zien dat ervaren autonomie en zelfregie bij autistische volwassenen sterk samenhangt met welzijn, minder depressieve klachten en een hogere kwaliteit van leven. Wanneer autonomie ontbreekt, wordt gedrag vooral reactief: je probeert schade te beperken in plaats van richting te bepalen. Dat is precies het verschil tussen “managen” en “leiden”.

2. Masking, camoufleren en identiteitsvervaging

Een belangrijke onderzoekslijn rond autisme gaat over camoufleren of masking: het actief of automatisch verbergen, compenseren of aanpassen van autistische kenmerken om te voldoen aan sociale verwachtingen. Studies van o.a. Laura Hull en collega’s laten zien dat camoufleren sterk samenhangt met verhoogde angst, depressie en uitputting.

Masking vraagt een enorme cognitieve en emotionele inspanning: voortdurend monitoren van je gedrag, je taal, je mimiek, je reacties. Dat verhoogt de cognitieve belasting en laat weinig ruimte over voor zelfreflectie en het voelen van eigen behoeften. Op langere termijn kan dit leiden tot identiteitsvervaging: mensen weten niet meer goed wat van henzelf is en wat “aangeleerd gedrag” is om te overleven.

Persoonlijke regie veronderstelt een relatief stabiel gevoel van “ik”: waarden, voorkeuren, grenzen. Wanneer die kern jarenlang is overschreven door aanpassing, wordt regie nemen niet alleen praktisch moeilijk, maar ook existentieel: vanuit welk zelf neem ik eigenlijk beslissingen?

3. Autistische burn-out en chronische overbelasting

De laatste jaren is er steeds meer onderzoek naar autistische burn-out: een toestand van langdurige fysieke, mentale en emotionele uitputting, vaak na jaren van overbelasting, masking en gebrek aan passende ondersteuning. Dr. Dora Raymaker en anderen beschrijven autistische burn-out als een combinatie van uitputting, verlies van vaardigheden en verhoogde gevoeligheid voor prikkels.

Camoufleren en sensorische overbelasting worden gezien als belangrijke routes naar burn-out. Wanneer het zenuwstelsel langdurig in een staat van hyperarousal verkeert, verschuift het functioneren naar een overlevingsmodus: korte-termijnbeslissingen, vermijden van extra prikkels, minimale sociale interactie. In zo’n toestand is er nauwelijks ruimte voor de hogere-ordeprocessen die nodig zijn voor regie: plannen, prioriteren, reflecteren, koers bijstellen.

Met andere woorden: het brein is te druk met “nu overleven” om te kunnen investeren in “waar wil ik heen?”.


4. Executieve functies, voorspelbaarheid en complexiteit van de omgeving

Executieve functies – zoals plannen, flexibiliteit, werkgeheugen en inhibitie – spelen een centrale rol in zelfsturing. Bij veel autistische mensen zijn deze functies anders georganiseerd: niet per definitie zwak, maar vaak ongelijk verdeeld (bijvoorbeeld extreem sterk in detailplanning, maar kwetsbaar in schakelen of prioriteren).

In een omgeving die chaotisch, onvoorspelbaar of sociaal impliciet is, wordt er continu een beroep gedaan op deze executieve functies. Dat vergroot de cognitieve belasting en verkleint de ruimte voor bewuste regiekeuzes. De bijlage over leiderschap en management benadrukt dat leiderschap vraagt om visie, richting en het kunnen omgaan met verandering; management richt zich op stabiliteit en processen. Voor veel autistische mensen is de externe wereld zó instabiel dat ze gedwongen worden om al hun energie in “intern management” te steken: prikkels reguleren, sociale situaties decoderen, onverwachte veranderingen verwerken.

Daardoor blijft er weinig capaciteit over voor het “leiderschapsdeel”: actief richting geven aan werk, relaties en dagelijks leven.


5. Emotionele intelligentie: niet afwezig, maar anders

Daniel Goleman beschrijft emotionele intelligentie als een combinatie van zelfbewustzijn, zelfregulatie, motivatie, empathie en sociale vaardigheden. In de bijlage wordt EI gepresenteerd als cruciale leiderschapsvaardigheid. Bij autisme is het beeld vaak vertekend: er wordt snel geconcludeerd dat emotionele intelligentie “laag” is, terwijl onderzoek laat zien dat veel autistische mensen juist een sterke affectieve empathie hebben, maar moeite met cognitieve empathie (het snel inschatten van andermans perspectief) en met het lezen van impliciete sociale signalen.

Zelfregulatie is bovendien sterk afhankelijk van omgevingsfit: in een sensorisch en sociaal overvragende omgeving wordt zelfregulatie geen vaardigheid, maar een permanente noodrem. Dat maakt het moeilijk om emoties te gebruiken als informatiebron voor regie (“wat vertelt dit gevoel mij over wat ik nodig heb?”) en vergroot de kans dat emoties vooral als bedreigend of overweldigend worden ervaren.


6. Chronische ondermijning van competentie en verbondenheid

Veel autistische volwassenen hebben een geschiedenis van pesten, miskenning, verkeerde diagnoses of werkplekken waar hun talenten niet werden gezien. Dat heeft directe impact op de SDT-pijlers competentie en verbondenheid. Wanneer je herhaaldelijk de boodschap krijgt dat je “te veel”, “te moeilijk” of “niet passend” bent, wordt het psychologisch riskant om regie te nemen: eigen keuzes voelen dan niet als kracht, maar als iets dat mogelijk opnieuw tot afwijzing leidt.

Onderzoek naar camoufleren laat zien dat mensen vaak maskeren om sociale afwijzing te voorkomen en kansen op werk, relaties en veiligheid te vergroten. Maar die strategie ondermijnt op de lange termijn het gevoel van authenticiteit en verbondenheid: je wordt gewaardeerd om een versie van jezelf die niet echt voelt. Dat maakt het moeilijk om vanuit een stevig gevoel van eigenwaarde richting te kiezen.

7. Regie als relationeel fenomeen: de rol van context

Een belangrijk inzicht uit zowel leiderschaps- als autismeliteratuur is dat regie nooit puur individueel is. Leiderschap ontstaat in interactie met een context: een team, een organisatie, een cultuur. Voor persoonlijke regie geldt hetzelfde.

Voor autistische mensen is de mate waarin zij regie kunnen nemen sterk afhankelijk van:

  • de voorspelbaarheid en prikkelbelasting van hun omgeving,

  • de ruimte om niet te maskeren,

  • de bereidheid van anderen om hun communicatie- en denkstijl serieus te nemen,

  • de mogelijkheid om hun interesses en sterke kanten in te zetten.

Studies over camoufleren en burnout benadrukken het belang van “safe-to-unmask spaces”: omgevingen waar iemand niet hoeft te acteren en waar neurodivergente behoeften niet worden gezien als probleem, maar als uitgangspunt. In zulke contexten neemt de cognitieve en emotionele belasting af, waardoor er meer ruimte ontstaat voor zelfreflectie, keuzevrijheid en dus regie.

Samenvattend

Vanuit wetenschappelijk perspectief is regie nemen bij autisme moeilijker omdat meerdere cruciale voorwaarden voor zelfdeterminatie en leiderschap structureel onder druk staan: autonomie, competentie, verbondenheid, executieve functies, emotionele regulatie en identiteitscontinuïteit. Masking, sensorische overbelasting en een vaak niet-passende omgeving duwen veel autistische mensen in een chronische overlevingsstand.

Regie is dan niet afwezig uit gebrek aan wilskracht, maar wordt neurobiologisch, psychologisch en sociaal bemoeilijkt. Zodra omgevingen veiliger, voorspelbaarder en meer neuro-inclusief worden, laten onderzoeken juist zien dat autonomie, intrinsieke motivatie en persoonlijke richting bij autistische volwassenen sterk kunnen toenemen.

Bronnenlijst

Zelfdeterminatie, autonomie en motivatie

Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268. — Klassiek werk over autonomie, competentie en verbondenheid als basisvoorwaarden voor zelfregie.

Wehmeyer, M. L. (2005). Self-determination and individuals with severe disabilities: Re-examining meanings and misinterpretations. Research and Practice for Persons with Severe Disabilities, 30(3), 113–120. — Belangrijk artikel over zelfregie bij neurodivergente groepen.

Masking, camoufleren en identiteitsontwikkeling

Hull, L., Mandy, W., Lai, M.-C., et al. (2017). “Putting on my best normal”: Social camouflaging in adults with autism spectrum conditions. Journal of Autism and Developmental Disorders, 47, 2519–2534. — Grondleggend onderzoek naar camoufleren en de psychologische gevolgen.

Cage, E., & Troxell-Whitman, Z. (2019). Understanding the reasons, contexts and costs of camouflaging for autistic adults. Journal of Autism and Developmental Disorders, 49, 1899–1911. — Beschrijft de impact van langdurig camoufleren op welzijn en identiteit.

Autistische burn-out en chronische overbelasting

Raymaker, D. M., Teo, A. R., Steckler, N. A., et al. (2020). “Having all of your internal resources exhausted beyond measure and being left with no clean-up crew”: Defining autistic burnout. Autism in Adulthood, 2(2), 132–143. — Eerste systematische wetenschappelijke definitie van autistische burn-out.

Higgins, J. M., Arnold, S. R. C., Weise, J., et al. (2021). Autistic burnout: An exploratory study of adults with autism. Autism, 25(4), 1171–1184. — Onderzoekt oorzaken, symptomen en herstelprocessen.

Executieve functies en cognitieve belasting

Hill, E. L. (2004). Executive dysfunction in autism. Trends in Cognitive Sciences, 8(1), 26–32. — Klassiek overzichtsartikel over executieve functies bij autisme.

Demetriou, E. A., Lampit, A., Quintana, D. S., et al. (2018). Autism spectrum disorders: A meta-analysis of executive function. Molecular Psychiatry, 23, 1198–1204. — Meta-analyse die bevestigt dat executieve functies anders georganiseerd zijn bij autisme.

Emotionele intelligentie, zelfbewustzijn en regulatie

Goleman, D. (1995). Emotional Intelligence. Bantam Books. — Invloedrijk werk over zelfbewustzijn, zelfregulatie en motivatie als basis voor leiderschap.

Mazefsky, C. A., & White, S. W. (2014). Emotion regulation: Concepts & practice in autism spectrum disorder. Child and Adolescent Psychiatric Clinics, 23(1), 15–24. — Onderzoekt waarom emotionele regulatie bij autisme anders werkt en meer energie kost.

Autonomie, welzijn en kwaliteit van leven bij autistische volwassenen

Hedley, D., & Uljarević, M. (2018). Systematic review of suicide in autism spectrum disorder: Current trends and implications. Current Developmental Disorders Reports, 5, 65–76. — Belicht de impact van chronische overbelasting en gebrek aan autonomie op welzijn.

Grove, R., Hoekstra, R. A., Wierda, M., & Begeer, S. (2018). Special interests and subjective wellbeing in autistic adults. Autism Research, 11(5), 766–775. — Toont aan dat autonomie en interessegedreven motivatie sterk bijdragen aan welzijn.

Context, omgeving en neurodiversiteit

Milton, D. (2012). On the ontological status of autism: The ‘double empathy problem’. Disability & Society, 27(6), 883–887. — Introduceert het idee dat miscommunicatie tussen autistische en niet-autistische mensen wederzijds is, wat cruciaal is voor regie en autonomie.

Botha, M., & Frost, D. M. (2020). Extending the minority stress model to understand mental health problems experienced by autistic adults. Autism in Adulthood, 2(1), 20–33. — Onderzoekt hoe sociale druk, stigma en onbegrip autonomie en regie ondermijnen.

Leiderschap, regie en psychologische processen

Kotter, J. P. (1990). A Force for Change: How Leadership Differs from Management. Free Press. — Klassiek werk dat het onderscheid tussen managen en leiden beschrijft, relevant voor het concept persoonlijk leiderschap.

Opmerkingen


Laat een eenmalige donatie achter en krijg toegang tot exclusieve blogs en programma's.
bottom of page