Kennisbank autismeportaal
top of page

Autismeportaal | dehit
Gratis Autisme Kennisbank

Theorie van extreem mannelijk brein

Bijgewerkt op: 26 dec 2025

Plastic brein in hand

De gedachte dat autisme verband houdt met een zogenaamd extreem mannelijk brein is een bekende, maar ook omstreden hypothese binnen de psychologie en neurowetenschappen. Het idee stelt dat bepaalde cognitieve stijlen die vaker bij mannen voorkomen, zoals systematiseren, sterker aanwezig zouden zijn bij mensen met autisme.


Hierdoor zouden de hersenen van autistische personen in sommige opzichten lijken op een ‘versterkte’ versie van typisch mannelijke hersenontwikkeling.

De hypothese werd in de twintigste eeuw voorzichtig aangestipt door Leo Kanner, maar kreeg vooral bekendheid door het werk van de Britse psycholoog Simon Baron-Cohen, die het concept in de jaren 1990 en 2000 verder uitwerkte.


Waarom wordt autisme soms als “extreem mannelijk” gezien?

1. De man-vrouwverhouding in diagnoses

Autisme wordt traditioneel vaker bij mannen dan bij vrouwen vastgesteld. Klassieke studies rapporteerden een verhouding van 4:1, maar recent onderzoek laat zien dat dit beeld waarschijnlijk vertekend is. Grote meta-analyses (o.a. Loomes et al., 2017) suggereren dat de werkelijke verhouding dichter bij 3:1 of zelfs 2:1 ligt.


Dat verschil voedde de gedachte dat er een biologische of genetische factor zou zijn die mannen kwetsbaarder maakt voor autisme. Baron-Cohen koppelde dit aan prenatale testosteronblootstelling, maar dit verband is in recente studies veel minder eenduidig dan aanvankelijk gedacht.


2. Cognitieve stijlen: systematiseren vs. empathiseren

Volgens de extreme male brain-theorie scoren mensen met autisme gemiddeld hoger op systematiseren (het analyseren van patronen, regels en structuren) en lager op empathiseren (het intuïtief begrijpen van sociale signalen).

Dit sluit aan bij stereotype ideeën over ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ cognitieve voorkeuren, maar moderne neurowetenschap laat zien dat deze verschillen veel minder scherp zijn dan vroeger werd aangenomen. Hersenen zijn niet binair mannelijk of vrouwelijk; ze zijn een mozaïek van eigenschappen.


Waarom de hypothese steeds meer wordt bekritiseerd

Autisme is een spectrum — geen enkelvoudig profiel

Autisme kent enorme variatie. De cognitieve profielen van autistische personen overlappen sterk met die van niet-autistische mannen én vrouwen. Veel onderzoekers stellen daarom dat het idee van een “extreem mannelijk brein” te simplistisch is om de diversiteit binnen autisme te verklaren.


De rol van genderbias in diagnostiek

Vrouwen en meisjes worden vaak later of helemaal niet gediagnosticeerd. Redenen hiervoor zijn onder andere:

  • betere sociale camouflagetechnieken

  • subtielere of minder stereotype autistische kenmerken

  • diagnostische criteria die historisch gebaseerd zijn op jongens en mannen

Hierdoor lijkt het alsof autisme vooral bij mannen voorkomt, terwijl het beeld in werkelijkheid schever is door onderdiagnostiek.


Nieuwe neurowetenschappelijke inzichten

Recente onderzoeken laten zien dat het idee van een strikt ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ brein steeds minder houdbaar is. Wetenschappers zoals Daphna Joel benadrukken dat hersenen geen twee duidelijk gescheiden categorieën vormen, maar eerder een mozaïek van eigenschappen die bij ieder individu in een unieke combinatie samenkomen. De verschillen binnen groepen mannen of vrouwen blijken bovendien vaak groter te zijn dan de verschillen tussen die groepen, wat het traditionele beeld van geslachtsgebonden hersenstructuren verder ondermijnt.


Ook in het onderzoek naar autisme verschuift het perspectief. In plaats van te zoeken naar één enkele oorzaak, zoals een specifiek hormoon of een typisch hersenprofiel, wijst de huidige wetenschap op een complex samenspel van genetische factoren, neurologische variaties en omgevingsinvloeden. Autisme ontstaat niet uit één bron, maar uit een veelheid aan processen die elkaar beïnvloeden en versterken.


In dat licht wordt de extreme-male-brainhypothese steeds vaker gezien als een theorie die vooral historisch interessant is: een poging om patronen te duiden in een tijd waarin de kennis over neurodiversiteit nog beperkt was. Ze verklaart misschien een klein deel van het verhaal, maar schiet tekort om de volledige breedte en rijkdom van autistische ervaringen te omvatten. Moderne inzichten nodigen uit tot een veel genuanceerder en menselijker begrip van hoe divers het autistische brein werkelijk is.


Wat betekent dit voor hoe we naar autisme kijken?

Het is belangrijk om te erkennen dat autisme geen mannelijk of vrouwelijk fenomeen is, maar een menselijke variatie die zich op talloze manieren kan uiten. Ieder individu, ongeacht gender, heeft een eigen neuroprofiel dat niet netjes in stereotypen of eenvoudige categorieën past. Juist die genderstereotypen kunnen een vertekend beeld geven van wat autisme werkelijk is, omdat ze de aandacht afleiden van de enorme diversiteit binnen het spectrum.


Daarom vraagt goede diagnostiek om een open blik: een benadering die niet alleen kijkt naar verschillen tussen mannen en vrouwen, maar ook naar de subtiele variaties binnen die groepen. Pas dan ontstaat er ruimte om mensen te zien zoals ze zijn, in plaats van zoals we denken dat ze zouden moeten zijn.


Het idee van een “extreem mannelijk brein” kan historisch gezien interessant zijn, omdat het een poging was om bepaalde patronen te verklaren. Maar het schiet tekort om de rijkdom, complexiteit en veelzijdigheid van autistische ervaringen te omvatten. De moderne wetenschap beweegt steeds verder weg van dit soort simplificaties en kiest voor een perspectief dat menselijker, genuanceerder en inclusiever is, een perspectief dat beter aansluit bij de werkelijkheid van autistische mensen zelf.

Aanbevolen bronnen voor verdere verdieping

  • Loomes, R., Hull, L., & Mandy, W. (2017). What Is the Male-to-Female Ratio in Autism Spectrum Disorder?

  • Daphna Joel (2015–2023). Onderzoek naar het brein als ‘mozaïek’ in plaats van mannelijk/vrouwelijk.

  • Baron-Cohen, S. (2002). The Extreme Male Brain Theory of Autism.

  • Hull, L. et al. (2020). Onderzoek naar camoufleren bij vrouwen en non-binaire autistische personen.

  • Ecker, C. (2017). Neurowetenschappelijke kritiek op geseksualiseerde breinmodellen.


Opmerkingen


Laat een eenmalige donatie achter en krijg toegang tot exclusieve blogs en programma's.
bottom of page