Neurodiversiteit en autisme
- Gert de Heus

- 10 jan 2023
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 26 dec 2025

Neurodiversiteit gaat over ons allemaal. Ieder mens heeft een unieke manier van denken, leren en communiceren. Maar het begrip krijgt extra betekenis voor mensen met neurologische variaties zoals autisme, ADHD, dyslexie of andere vormen van cognitieve diversiteit. In plaats van te streven naar een ‘normaal’ brein, nodigt neurodiversiteit ons uit om verschillen te zien als krachtbronnen die onze samenleving verrijken.
Wat is neurodiversiteit?
Neurodiversiteit verwijst naar de natuurlijke variatie in hersenwerking. Niet iedereen verwerkt informatie op dezelfde manier, en dat is geen fout, maar een feit. Autisme is een bekend voorbeeld: mensen met autisme kunnen details waarnemen die anderen ontgaan, reageren anders op prikkels en hebben vaak een unieke manier van zijn. Zoals de praatplaat benadrukt: “Unieke hersenwerking” is geen afwijking, maar een waardevolle vorm van menselijke variatie.
Waar speelt neurodiversiteit een rol?
Overal. Thuis, op school, op het werk, in de zorg en in de samenleving. Door te erkennen dat mensen verschillend leren en denken, kunnen we inclusieve omgevingen creëren waarin iedereen tot bloei komt. De praatplaat onderstreept dit met het principe: “Menselijke variatie is normaal”—net zoals verschillen in uiterlijk of taal, horen cognitieve verschillen bij wie we zijn.
Wanneer is neurodiversiteit relevant?
Altijd. Neurodiversiteit is geen trend, maar een fundamenteel mensbeeld. De afgelopen jaren groeit het bewustzijn, vooral rond autisme en ADHD. Steeds meer organisaties beseffen dat het niet gaat om het ‘aanpassen’ van mensen, maar om het herontwerpen van systemen. Inclusie is geen uitzondering, maar een dagelijkse praktijk.
Hoe ondersteunen we neurodiversiteit?
Het begint met bewustwording. Laat het idee van ‘normaal’ los en kijk naar mensen als unieke individuen met hun eigen talenten en uitdagingen. De praatplaat geeft concrete voorbeelden:
Autistische mensen kunnen uitblinken in logica, patroonherkenning of techniek.
Buiten-de-box denken en intense focus dragen bij aan innovatie.
Waardigheid en inclusie betekenen ruimte maken voor ieders manier van zijn.
Ondersteuning betekent dus niet standaardiseren, maar afstemmen. Heldere communicatie, ruimte voor interesses, en samen zoeken naar oplossingen maken het verschil.
Voorbeeld: Autisme als kracht
Autisme laat zien hoe neurodiversiteit werkt in de praktijk. Waar sociale interactie soms lastig is, kunnen analytisch vermogen en detailgerichtheid juist uitzonderlijk sterk zijn. De praatplaat benadrukt dit met: “Sterke vaardigheden en interesses”, kwaliteiten die erkenning verdienen, niet correctie.
Neurodiversiteit vraagt om een shift in denken. Niet: hoe maken we mensen passend? Maar: hoe maken we ruimte voor verschil? Zoals de praatplaat visueel samenvat met het centrale vraagteken en de divergerende pijlen: er is niet één juiste richting. Door verschillen te omarmen, bouwen we een rijkere, inclusievere samenleving waarin iedereen mag zijn wie die is

Dit blog kan helpen bij het bevorderen van begrip en acceptatie binnen de autismegemeenschap en daarbuiten. Door bewustzijn te creëren, kunnen we de sterktes en uitdagingen van neurodiverse individuen, zoals mensen met autisme, beter ondersteunen.
Theoretisch kader: Neurodiversiteit als inclusieve benadering
Neurodiversiteit is een concept dat de natuurlijke variatie in cognitieve functies erkent als onderdeel van menselijke diversiteit. Het ontstond als tegenreactie op het medische deficiëntiemodel, dat neurologische verschillen zoals autisme, ADHD en dyslexie vooral als stoornissen beschouwde. In plaats van deze verschillen te willen corrigeren, pleit neurodiversiteit voor waardering, inclusie en systeemaanpassing.
Ontstaan en definitie
De term “neurodiversiteit” werd in de jaren 1990 geïntroduceerd door socioloog Judy Singer, die zelf autisme ervaart. Zij stelde dat neurologische variatie vergelijkbaar is met culturele of biologische diversiteit, en dat atypische breinen niet per definitie gebrekkig zijn. Neurodiversiteit omvat onder andere autisme spectrum stoornis (ASS), ADHD, dyslexie, dyscalculie, hoogsensitiviteit en synesthesie.
Kritiek op het deficiëntiemodel
Het traditionele medische model richt zich op diagnose, behandeling en normalisering van afwijkend gedrag. Neurodiversiteit daarentegen benadrukt dat veel neurodivergente kenmerken ook sterke kanten kunnen zijn, zoals analytisch denken, patroonherkenning, creativiteit en intense focus. De praatplaat onderstreept dit met uitspraken als “Bijdrage aan innovatie” en “Sterke vaardigheden en interesses”.
Cognitieve variatie en hersenwerking
Neurowetenschappelijke modellen zoals Theory of Mind (ToM), Executieve Functies (EF) en Sensorische Informatieverwerking (SI) verklaren hoe neurodivergente mensen informatie anders verwerken. Deze modellen helpen om gedrag niet als afwijkend, maar als contextueel en functioneel te begrijpen. De praatplaat visualiseert dit met het centrale vraagteken en divergerende pijlen: er is niet één juiste manier van denken.
Toepassing in onderwijs en werk
Neurodiversiteit vraagt om inclusieve systemen die ruimte bieden voor verschillende leer- en werkstijlen. In het onderwijs betekent dit bijvoorbeeld differentiatie, visuele ondersteuning en heldere communicatie. Op de werkvloer gaat het om taakgerichtheid, autonomie en het erkennen van unieke talenten. Zoals de praatplaat stelt: “Inclusie betekent ruimte maken voor ieders unieke manier van zijn.”
Waardigheid en inclusie
Een neurodiverse benadering bevordert waardigheid door mensen niet te reduceren tot hun diagnose, maar hen te zien als volwaardige deelnemers aan de samenleving. Dit sluit aan bij het sociaal model van handicap, waarin de omgeving wordt aangepast in plaats van het individu. De blog en praatplaat benadrukken dit met: “Niemand hoeft aangepast te worden aan een ‘norm’.”
Bronnenlijst
Schepers, S. (2024). Als alle breinen werken: de toekomst is neurodivers. HBO-i project. PDF
Erasmus Universiteit Rotterdam. (2024). Neurodivergentie in de klas. Website
Universiteit Utrecht. (2024). Neurodiversiteit in de klas: hoe ga je daarmee om als docent? Artikel




Opmerkingen